Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kristensen, die spoedig na mij hier kwaamt, mijn studiegenoot in engeren zin, weldra mijn trouwe vriend, wien ik voor veel dankbaar ben, ook daarvoor dat gij mijn zin geopend en gescherpt hebt voor wat op ons gebied niet slechts studie maar bij uitstek een open zin vereischt. Dat gij ons gespaard zijt is mij met velen een groote blijdschap, en van harte wensch ik u en der Universiteit nog vele jaren van uw vruchtbaar werk. Dat mijn plaats staat ingenomen te worden door een jong geleerde die tot onze beste leerlingen heeft behoord, is geheel naar mijn wensch. De mentaliteit en de inzichten van iemand van uw geslacht, waarde Roessingh, zijn anders, moeten ook anders, zijn dan die van een man die nog in de eerste helft der 19e eeuw geboren is. Mijn beste wenschen vergezellen u, en met velen koester ik goede verwachting van wat gij als geleerde aan onzen Hoogeschool, niet minder (want dit gaat er mee gepaard) wat gij als geestelijk leidsman en voorganger zult worden. Ik stel mij voor dat gij in een mengeling van gevoelens ook den last op uw schouders gelegd zwaar zult achten; maar ik vertrouw dat uw kracht zal groeien en daarmede ook uw blijdschap en uw invloed naar buiten, op het geslacht dat gij mede zult helpen vormen. God sterke u bij die taak.

En nu richt ik mij tot u, mijne leerlingen, die

Sluiten