Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als volkomen betrouwbaar had gebaseerd. Reeds Klostermann had als grondfout van heel de Pentateuch-kritiek dit naïeve geloof in de veritas Hebraica gewraakt, 0 en zich daarom als een principieel tegenstander der vier-bronnen-theorie doen kennen. Langen tijd bleef hij evenwel geheel alleen staan, tot hij in 1903 en volgende jaren van verschillende zijden steun ontving. Gelijktijdig en onafhankelijk van elkander traden in Duitschland Lepsius 2) en Dahse 3), in Engeland Redpath *) en Wiener") op met de stelling, dat het uitgangspunt der Pentateuch-kritiek, het afwisselend gebruik der Godsnamen Jahveh en Elohim, tekstkritisch onzeker was, en daarom als fundament voor de vier-bronnen-hypothese geen dienst kon doen. Toch werd hieraan nog zoogoed als geen aandacht geschonken.r') Het optreden van Eerdmans en de taaie volharding van Wiener

x) Der Pentateuch, Leipzig 1893; daarin: 1. Der Grundfehler aller heutigen Pentateuchkritik, bldz. 1—54.

2) In het Reich Christi 1903, bldz:. 20 v.v., 168 v.v.

3) Textkritische Bedenken gegen den Ausgangspunkt der heutigen Pentateuchkritik in het Archiv f. Religionswissenschaft 1903, bldz. 305 v.v.

4) A nevv theory as to the use of the divine names in the Pentateuch, American Journal of Theology 1904, bldz. 286 v.v.

5) In verschillende artt. in Bibliotheca Sacra 1908 en 1909. Afzonderlijk gedrukt onder iden titel Essays in Peintateuchal Criticism,London 1910. Later zijn van denzelfde verschenen: The Origin of the Pentateuch, London 1910, benevens Pentateuehnl Studies, Lowion 1912, eveneens herdrukken van artt. uit Bibl. Sacra; en nog steeds gaat Wiener voort artt. over het Pentateuch-vraagstuk te geven in het genoemde tijdschrift.

6) Alleen König trad tegen Lepsius op met zijn Glaubwürdigkeitsspuren des Alten Testaments, Gr. Liehterfelde 1903; terwijl de door Dahse geoefende kritiek werd gebillijkt door den te vroeg gestorven Köberle, die het door dezen begonnen onderzoek wenschte uit te strekken ook over de latere geschiedboeken des O. T. Hij' is echter aan dezen arbeid niet toegekomen. Deze is toen door Caspari ondernomen voor de boeken Samuël, en met een inleiding uit Köberle's nalatenschap gepubliceerd in het Neue Kirchliehe Zeitschrift 1910, bldz. 378 v.v.

Sluiten