Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het gezichtspunt der taalstudie zelf. Jonathan Krautlein heeft, zich geheel plaatsende op het standpunt der bronnenscheiding, getracht volgens de strenge wetten van het taalkundig bewijs te bepalen, in hoeverre de juistheid der vier-bronnen-hypothese door het spraakgebruik wordt gesteund.') Het resultaat van dit pogen is evenwel zóó mager geweest, dat het veeleer eene bestrijding dan eene bevestiging van de hypothese moet geacht worden. De schrijver zelf durft zich aan eene bepaalde conclusie niet wagen, en komt niet verder dan de mededeeling van zijn subjectieven indruk, dat het spraakgebruik ten minste het bestaan van P als afzonderlijke-bron bevestigt.2) Zeer belangrijk is, wat hij zegt over de waarde van het taalkundig bewijs in het algemeen en ten aanzien van het O. T. in het bizonder. Hij onderscheidt tweeërlei zoodanig bewijs: het bewijs uit de taalgeschiedenis, en het bewijs uit de taalpsychologie. Het eerste is voor het O. T. in 't geheel niet bruikbaar, omdat dit slechts een zeer beperkt gedeelte van het Hebreeuwsche taaleigen biedt en daarin een taai-ontwikkeling eigenlijk zoogoed als niet aanwijsbaar is.Hij moet zich dus bepalen tot het bewijs uit de taalpsychologie, dat ook alweer door den geringen omvang van het materiaal zeer bemoeilijkt wordt. Van een taalbewijs in den strengsten zin des woords kan voor het O. T. eigenlijk in 't geheel geen sprake zijn. Maar wat dan met het bewijs uit de taalpsychologie bereikbaar is, wordt in tabellen ondergebracht. Als bewijsmateriaal kunnen alleen dienen uitdrukkingen, die een identiek synoniem hebben. Een constant gebruik van een dier synoniemen, waarbij dit gebruik niet door eene bepaalde aanwijsbare oorzaak wordt bepaald, wordt toegeschre-

Die sprachlichen Verschiedenheiten in den Hexateuchquellen, Leipzig 1908.

2) Dit is te merkwaardiger, wijl juist anderen geneigd zijn, het bestaan van P als afzonderlijke bron het eerst op te geven, Sellin, Neue Kirchl. Zeitschr. 1913, bldz. 135 v., Nathanael Schmidt, Journal of Biblical Literature 1914, bldz. 47. ,

Sluiten