Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■■

van denzelfden stijl, hetzelfde spraakgebruik, dezelfde grammatica zou moeten bedienen, en niet onwillekeurig den invloed zou kunnen ondergaan van den vorm, waarin hem de te verwerken stof werd geboden, is niet wel in te zien.*) Het laat zich toch zeer goed denken, dat b.v. een bepaalde term, die in de een of andere bron stelselmatig werd gebezigd, bij vrije overneming van den inhoud mede door den bewerker werd overgenomen, hoewel deze overigens gewoon was zich van een anderen term te bedienen. En zoo zou zich dan ook weer zeer eenvoudig laten verklaren, hoe het mogelijk is, dat in een gedeelte, waarin constant een bepaalde term wordt gebruikt, bij uitzondering en zonder dat daarvoor een begrijpelijke oorzaak is aan te wijzen, weder een andere synonieme uitdrukking gebezigd wordt; dat is dan te danken aan den bewerker, die van het spraakgebruik

zijner bron afwijkt.

Eindelijk kunnen uit het gebruik van bronnen wellicht sommige zinsneden worden verklaard, die het karakter van glossen dragen. Glosseerende opmerkingen kunnen ook afkomstig zijn van eene hand, die ze na voltooiing van het geheele werk op den rand bijgeschreven of tusschen den tekst ingelascht heeft. Maar niet minder goed laat zich begrijpen, dat de bewerker van den Pentateuch zelf aan het een of ander, dat hij uit zijne bronnen overnam, meende eene verklarende opmerking als in parenthesi te moeten toevoegen. Ik denk b.v. aan het geografisch glosseem Gen. 16: 14, ter plaatsbepaling van den put Lachai-Roi, of aan Num. 12: 1: „want hij had eene Cuschietische ter vrouwe genomen."'

Het komt mij voor, dat men, door alzoo rekening te houden met de bronnen, waaruit de Pentateuch is samengesteld, zeer vele van de bezwaren, welke tegen de eenheid van dit geschiedwerk zijn ingebracht, zal zien verdwijnen. Vele feiten,

i) Tegen Steuernagel, Allgemeine Einleitung in den Hexateuch (in Nowack's Handkommentar zum A. T.), bldz. 258.

Sluiten