Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebber ten grondslag gelegen ? En wanneer we dan nog een stap verder gaan en veronderstellen, dat tot de scliatten, welke Israël met zich meevoerde uit Egypte, ook reeds eene litteraire nalatenschap der vaderen behoorde, die als het ware den grondslag vormde voor de verdere bescheiden-verzameling, ontvangen wij dan niet eene aannemelijke voorstelling van de bronnen, op welke de samenstelling van den Pentateuch berust ? Nu is in. tusschen van andere zijde juist op de ontstaanswijze van oude Oostersche geschiedkundige teksten een beroep gedaan om de vier-bronnen-hypothese te rechtvaardigen.') Daartoe wordt gewezen op Egypte,2) zoowel als op Babel. Veel waarde kan aan dit beroep echter niet worden toegekend, omdat het eenvoudig naast elkander neerschrijven van oude en nieuwe dingen, die somwijlen met elkander in de schrilste tegenspraak staan,") gelijk men inderdaad in de oude cultuur-wereld van het Oosten soms aantreft, principieel verscheiden is van het dooreenvlechten van twee parallelle geschriften, dat men aan de onderscheidene redactoren der vier Pentateuch-bronnen toeschrijft. Daar komt nog bij, dat voor Babyion dit eigenaardige compileeren van teksten, waaraan het eerst Langdon invloed op de wordingsgeschiedenis der Hebreeuwsche litteratuur heeft willen toekennen,4) pas in de Neo-Babylonische periode begint op te komen,5) en het is kwalijk in te zien, hoe eene litterarische werkwijze, die in Babel eerst onder Nebukadnezar is ontstaan, invloed kan hebben geoefend op de samensmelting van J en E, welke naar de meening der Pentateuch-kritiek in elk geval vóór 622, de publicatie van D, moet hebben plaats gegrepen.

!) König, Die moderne Pentateuchkritik, bldz. 103.

2) Hiervoor verwijst König naar A. Wiedemann, Die Toten und ihre Reiche im Olaij.be,n der alten Aegypter, Leipzig 1900, bldz. 9.

3) Wiedemann t. a. p.

4) Die neubabyionischen Köinigsinschriften, Leipzig 1912 = Vorderasiatische Bibliothek IV, Vorwort bldz III.

5) Langdon, bldz. 7.

Sluiten