Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wegvoering naar Egypte (Gen. 37:28, coll. 40:15 tegenover Gen. 45: 4), waar juiste exegese mogelijk het ontbrekende licht ontsteekt.1) I en slotte zullen er ook altijd wel open vragen blijven. Met vertrouwen meen ik echter de hier aanbevolen richting' te mogen aanwijzen als den weg, waarin wij de oplossing van het litterair-historisch Pentateuch-probleem zoeken moeten.

III. Wat zich het gemakkelijkst aan den Pentateuch laat waarnemen, en uit den aard van dit geschiedwerk zelf voortvloeit, is, dat de samenstelling daarvan heeft plaats gegrepen met behulp van een aantal bronnen van allerlei aard. Na dit eerste punt komt terstond een tweede aan de orde: bevat de Pentateuch ook eenige aanwijzing aangaande den persoon, door wien, en den tijd, waarin deze samenstelling heeft plaats gegrepen i Genoemd wordt de auteur door den Pentateuch zelf niet. Nergens voert hij dan ook de pretentie, dat hij in zijn geheel en in zijn tegenwoordigen vorm van Mozes zou afkomstig zijn. Wel wordt uitdrukkelijk van eene schriftelijke werkzaamheid van Mozes gewag gemaakt, die op gedeelten van den Pentateuch betrekking heeft: Ex. 17:14; 24:4 v.v.; 34:27; Num. 33:2; Deut. 31: 9; 31: 22 v.v. Maar dit is natuurlijk geen bewijs, dat Aiozes den geheelen Pentateuch zou hebben geschreven. Omgekeerd is het echter ook geen bewijs, dat het overige deel van den Pentateuch niet Mozaïsch wil zijn. -') Verder voert het getuigenis van den Pentateuch hiertoe, dat de daarin vervatte wetten zoowel als de op deze wetten gegronde paraenese van Mozes afkomstig zijn, doch dit sluit allerminst in, dat Mozes ook de litteraire auteur van den Pentateuch moet wezen. Deze

3) Vgl. R- Jacob, Quellenscheidung und Exegese im Pentateuch Leipzig 1916, bidz. 9 v.v.

2) Tegen Steuernagel, Lehrbuch der Einleitung in das Alte Testament, bldz. 124.

Sluiten