Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit. Er zijn wel onder de geloovige geleerden, die de vier-bronnen-hypothese aanhangen, welke meenen, dat het Mozaïsch auteurschap van den Pentateuch door het N. T. beslist wordt gevorderd.') Zij stellen dit getuigenis echter voor zich zelve ter zijde, omdat zij daarin niet meer zien dan eene uiting der destijds algemeen heerschende overtuiging en het niet rekenen tot den autoritatieven leer-inhoud van het N. 1. *) Op deze wijze kunnen wij er ons niet van afmaken. Indien het N. I. het litterair auteurschap van Mozes voor den Pentateuch vindiceert, is daarmede de zaak afgedaan. Het zal ons echter blijken, dat het N. T. dit evenmin doet als het Oude. In het N. T. zijn te onderscheiden twee reeksen van plaatsen: 1". die, welke ter aanduiding van het Oude Testament gebruiken de formule „Mozes en de profeten", en in overeenstemming daarmede voor den Pentateuch „het boek van Mozes", b.v. Luk. 16:31; 24:27, Hand. 26 : 22; 28 : 23; Mark. 12 : 26; hierin hebben we eenvoudig met eene citatie-formule te doen, welke hoegenaamd niet bedoelt iets uit te spreken aangaande het auteurschap: de Pentateuch wordt aangehaald met den naam, waaronder hij algemeen bekend staat; 2°. die, waarin bepaaldelijk een beroep op den Pentateuch wordt gedaan, met de bijvoeging: „Mozes zegt", „in de wet van Mozes is geschreven", of iets dergelijks, b. v. Matth. 22: 24; Mark. 7: 10; 12: 19; Luk. 20. 28, Hand. 3:22; Rom. 10:5, 19; Joh. 1:46; 5:46; 1 Cor. 9:9. In deze plaatsen is niet te miskennen, dat Mozes metterdaad als auctor intellectualis van de aangehaalde Schriftgedeelten wordt gedacht. Nu is het wel opmerkelijk, dat al deze plaatsen teruggaan op wetten, die door Mozes' bemiddeling aan Israël zijn gegeven, of op profetieën, die door Mozes zijn verkondigd. Kr is in heel het N. T. niet één plaats, waarin met een dergelijke

i) B. v. Strack, art. Pentateuch in de Realencyklopadie f. protest.

Theologie und Kirche3, XV, 115.

-) Zie Strack t. a. p.

Sluiten