Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

formule iets uit den Pentateuch wordt aangehaald, waarvan niet in den Pentateuch zelf wordt gezegd, dat het Mozaïsch is. Wat uit dit getuigenis dus wel blijkt, is, dat in strijd komt met het ^ w'e de door den Pentateuch aan Mozes in den mond gelegde wetten en woorden voor niet-Mozaïsch houdt, maar allerminst, dat tegen dit getuigenis zou ingaan, wie het litterair auteurschap van den Pentateuch aan Mozes ontzegt.

Zelfs meen ik eenigen grond te hebben om aan te nemen, dat het N. T. ons indirect eene bevestiging biedt van de scheiding tusschen een grootendeels Mozaïschen inhoud en een nietMozaische eindredactie van den Pentateuch. In Matth. 19:3 v.v. valt het op, dat, terwijl de Joden zich beroepen op Mozes, en Jezus daartegenover ook een uitspraak uit den Pentateuch stelt, n.1. Gen. 2: 24, Jezus niet zegt: doch Mozes zegt ook, of iets dei gelijks, maar in vs. 8: „Mozes heeft vanwege de hardigheid uwer harten u toegelaten uwe vrouwen van u te laten, maar van den b e g i n n e is het alzoo niet geweest." In Joh. 7:22 v. wordt door Jezus geargumenteerd op grond van het voorschrift voor de besnijdenis, Lev. 12:3. Ook hier verdient liet weder alle aandacht, dat er dan tusschenin gevoegd wordt: „niet dat ze uit Mozes is, maar uit de vaderen," hetgeen eer tegen de Mozaïsche opteekening van de instelling der besnijdenis (Gen. 17: 10 v.v.) dan daarvoor te plijten schijnt.

Eindelijk kan de vraag worden gedaan: hoe ver na Mozes de redactie van den Pentateuch dan moet worden teruggebracht ? Dit is eene hoogst moeilijk, indien ooit met zekerheid te beantwoorden vraag. En wel om deze reden, dat vaste dateeringspunten eigenlijk alleen gegeven zijn in de zoogenaamde historische en geografische anachronismen;1) maar juist ten aanzien van deze hebben wij geenerlei zekerheid, in hoeverre zij aan de hand van den redactor van den Pentateuch zijn toe

Vgl. Möller, Widier den Bann der Quellenscheidung, bldz. 72.

Sluiten