Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te schrijven, dan wel nog na de eindredactie als toevoegsels of wijzigingen zijn aangebracht. In elk geval dwingen deze anachronismen, voor zoover ik ze heb kunnen nagaan, niet verder te gaan dan tot liet begin van den koningstijd (met het oog op Gen. 36:31). Zou dit echter een posc-redactioneel toevoegsel wezen, dan behoeven wij mijns inziens niet dieper af te dalen dan tot na de verovering van Kanaan onder Jozua.

IV. Wanneer ik nu ten slotte nog een bescheiden poging waag om iets te zeggen over de nadere bepaling en dateering van de bronnen, die den grondslag voor de samenstelling van den Pentateuch hebben gevormd, dan begin ik met op te merken, dat natuurlijk als het hoofdbestanddeel daarvan zijn te beschouwen de door Mozes gegeven wetten. Het kan kwalijk anders worden gedacht, dan dat Mozes, die de wetten gaf, deze wetten ook of zelf op schrift bracht, èf door anderen op schrift liet brengen. Wetten worden uitgevaardigd om ze te onderhouden, en dit brengt mee, dat ze schriftelijk worden vastgelegd. Daarom staan wij voor dit dilemma: öf Mozes is in het geheel geen wetgever geweest, öf er hebben sedert zijn optreden in Israël geschreven Mozaïsche wetten bestaan. Dit opschrijven der wetten wordt dan ook in den Pentateuch zelf betuigd: denk aan de graveering van den decaloog op twee steenen tafelen, aan het Bondsboek (Ex. 24: 4) en aan Deuteronomium (Deut. 31: 9). Per analogiam mag hieruit ook de opteekening der overige wetten worden afgeleid.

De wetten vormen niet één doorloopenden codex. Er zijn wetten van den Sinaï, en deze weer naar verschillende onderwerpen in groepen verdeeld, b. v. het Bondsboek (Ex. 21 23) en de voorschriften voor den tabernakel, enz. (Ex. 25 30); er zijn ook wetten uit de 40-jarige omzwerving in de woestijn, en daar is eindelijk de Deuteronomische wetgeving in de vlakke velden van Moab. Sommige wetten zijn bij bizondere gelegen-

Sluiten