Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dc wieg van den socialistischen staat." „Het socialisme toch is eene machtsvraag, die niet in het parlement, maar slechts op de straat, op het slagveld is op te lossen, als iedere andere machtsvraag."

Leerzaam is het bij de Dnitsche sociaal-democratie, wier theorie en taktiek immer op de ontwikkeling van het socialisme een overwegenden invloed hebben geoefend, den gang van zaken te volgen. Het oude standpunt, volgens hetwelk aan verkiezingen slechts als agitatie-middel wordt meegewerkt, waardoor alleen„negirend und protestirend" mag worden opgetreden, wordt weldra verlaten en tot positieven parlementairen arbeid is men bereid. Geleidelijk wordt verder gegaan; de deelname aan de verkiezingen voor den Landdag, met het plutocratisch kiesstelsel, werd nog in 1893 door Bebel „Demoralisation" geheeten; in 1897 echter gebiedt de socialistische partijdag de deelname met verbod van saamwerking met de burgerlijke partijen, terwijl in 1900 ook dit verbod vervalt en het bondgenootschap geoorloofd wordt verklaard.

Stap voor stap wordt de weg verder betreden: ook aan de gemeenteraadsverkiezingen wordt deelgenomen, in de samenstelling van parlementaire commissies wordt zeggenschap begeerd, in het seniorenconvent ontbreken de socialistische representanten niet, naar het presidentschap van den Rijksdag wordt gedongen en hof-ceremoniën vormen geen beletsel voor de vervulling dezer functie.

Het stemmen tegen begrootingen behoorde weleer tot het marxistisch credo, omdat alle verantwoordelijkheid voor het bestaan van den kapitalistischen staat werd afgewezen. Eerst schuchter, allengs vrijmoediger wordt in het budget bewilligd en de oude leer veroordeeld als eene declamatie, die vergeet, dat de staat niet overheerschings-instrument, maar bestuursorganisatie is.

Saamwerking met burgerlijke partijen werd voorheen ondenk-

Sluiten