Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Oudheid en middeleeuwen worden bij de ontwikkelings-historie van het kapitalisme uitgeschakeld als factoren, die verwaarloosd mogen worden.

Het wil ons voorkomen, dat tegen die voorstelling te recht door den toonaangevenden kring der historici ernstige bezwaren zijn ingebracht. Vooral de theorie, waarmee Sombart dezen gedachtengang heeft ingang weten te geven, is door een trommelvuur van kritiek deerlijk gehavend.

Eerst in den nieuwen tijd komt volgens zijn en veler voorstelling het kapitalisme op. Eene scherpe grenslijn wordt getrokken tusschen de vóór-kapitalistische huishouding, met het handwerk als productie-eenheid, en de periode van de kapitalistische onderneming. Gesteld voor de vraag, hoe zich dan in de middeleeuwen het kapitaal vormde, waarop straks de kapitalistische productie zich kon verheffen, is het voor hem een zaak van wetenschappelijk lijfsbehoud, eene theorie aannemelijk te maken, die aan de absolute tegenstelling van vóór-kapitalistische en kapitalistische productie recht laat wedervaren.

S o m b a r t heeft die verklaring gevonden in zijne geruchtmakende theorie van de geaccumuleerde grondrente.') De mogelijkheid tot eene vermogensvorming in grooten stijl, die aan het productie-proces eene nieuwe gestalte verleende, werd volgens hem niet geschapen door het handwerk-bedrijf en den handel in de vóór-kapitalistische periode. Die handel was van Iuttelen omvang en het bedrijf kon niet tot beteekenenden opbloei komen; uit die bronnen kon geen overschot toevloeien, dat aan de nieuwe productiewijze tot basis diende. Kleine omzet, hooge kosten, lage winst — dat was de vicieuze cirkelgang, waaraan handel en bedrijf in de voor-kapitalistische periode zich niet vermochten te ontworstelen.

Dies moet een andere weg worden ingeslagen ter verklaring van den oorsprong der groote kapitalen, die aan het einde der

Zie Der moderne Kapitalisimus, t. a. p. deel 1 öldz. 218 en vlg. '

Sluiten