Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tief element van de calvinistische ethiek wordt geprezen, de hooge opvatting van de beroeps-idee, wordt weinig bespeurd. Niet legt op het maatschappelijk bedrijfsleven beslag de gedachte aan een staan in de roeping, waarmee Qod geroepen heeft. Dat beroep is losgemaakt van den dienst van Qod en om dan toch wijding niet te missen, wordt omgezien naar een andere relatie, die glans verleent. Het bekende surrogaat, de staat, moet dienst doen en een gansche trits economen eischt eere op voor het beroep, wijl het is een ambt in dienst van de staatsgemeenschap.')

In de verhouding van religie en beroep kwam een ommekeer. Het beroep zelf werd eene religie, echter uit de aarde aardsch; niet langer eene functie die de mensch, in dienst van zijn Qod uitoefent en beheerscht, maar eene bedrijvigheid, die den mensch kluistert en neerdrukt.

De kapitalistische geest heeft thans de religieuze krukken niet meer van noode, in stee van het geloof aan Qod is het geloof aan de natuurwetenschap het voornaamste — zoo wordt gedecreteerd. Wat Schulze—Qaevernitz van QrootBrittannië getuigt: het Engelsche volk voert in ethisch opzicht een renteniersbestaan, geldt voor het economisch leven van alle landen.2) De band tusschen religie en beroep is doorgesneden, en van het ethisch kapitaal, ook door het Calvinisme saamgegaard, wordt ingeteerd, hard ingeteerd.

Aan het slot van ons betoog is het niet ondienstig te herinneren aan enkele hoofdgedachten, in het voorgaande ontwikkeld.

De beduidenis van het kapitalisme is verre overschat. Onder

!) Zie Salz, Zur Geschichte der Berufsidee, t. a. p., bldz. 320.

2) Britische Imperialismus und englischer Freihandel, t. a. p., bldz. 65.

Sluiten