Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn wordt vooral hij, wien het niet om zichzelf te doen is, spoedig moe.

Wel zullen wij geenszins vermogen een door Dr. de Hartog zelf uitgedragen getuigenis te evenaren. Geen leerling is meerder dan zijn meester. Dankbaarheids-plicht noopt ons echter tot pogen.

Voorop ga een enkele opmerking.

Allereerst deze. Wij willen, noch mogen veronderstellen, dat Dr. Ubbink niet al de werken van Dr. de Hartog zeer expresselijk zou hebben bestudeerd. Wie zulk een aanval doet moet zich wel zeer sterk weten. Toch wagen wij het op onbevooroordeelde herlezing ]) -— het begin van allen wetenschappelijken arbeid — aan te dringen.

Wij kunnen niet anders dan aannemen, dat daarna Dr. Ubbink's oordeel geheel anders zal luiden.

Voorts wijzen wij er op, dat het slechts onze bedoeling is, door het geven van citaten uit de werken van den aangevallene, nuchter-zakelijk aan te toonen, dat de door zijn bestrijder getrokken conclusies onjuist zijn.

Wie verder wil en weten wat Dr. de Hartog's willen en werken bedoelt, hem zij zèlf-lezen aanbevolen.

Zelfs in het geven van citaten zullen wij ons nog — helaas — moeten beperken. Voor iederen aanval vonden wij vele en velerlei schilden. Wij moesten ons meestentijds tot het toonen van enkele, maar — naar we vertrouwen — afdoende, beperken.

Ook is thans niet aan de orde de vraag, waarin Dr. de Hartog zich dan wèl onderscheidt van „de Gereformeerde leer". Moésten wij in enkele woorden dienaangaande een antwoord geven, het zou luiden: „Wij nemen nog niet aan. of liever wij ontkennen, dat Dr. de Hartog s leer inderdaad principieel onderscheiden zou zijn van de Gereformeerde leer".

Op pag. 35 en 36 van zijn „Modernisme en Orthodoxie betuigt Prof. Bavinck, hoe de kerkvaders, hun roeping ver-

') Vooral van „Verzoening'

Sluiten