Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden omtrent hetgeen betreffende Dr. de Hartog's verwantschap aan Hegel wordt opgemerkt.

Men noeme ons toch één enkele reden —■ behalve dan die van den schijn te willen redden — die Dr. de Hartog zoude kunnen nopen om, aangenomen dat hij zulks zoude zijn, zich toch vooral niet Hegeliaan genoemd te willen zien. Ook degeen, die hem alleen uit zijn werken kent, kan beter weten.

Toch schijnt Dr. Ubbink iets dergelijks te vermoeden. Al verdient het opmerking, dat hij al zijne gedachten omtrent Dr. de Hartog's „afwijkingen" vragenderwijs verwoordt, niemand zal er aan twijfelen of het staat voor Dr. Ubbink vast: Dr. de Hartog is eerst Hegeliaan, daarna Christen.

Niet het minst de wel wat gezwollen taal (men vergeve ons dit woord): „van tweeën een, of Christus is de hoogste, de volle openbaring Gods, Hij is de Christus, of zoo Hij door Hegel overtroffen wordt, zoo is Hegel het, — geeft tot zoo'n conclusie alle aanleiding.

We zouden ter weerlegging kunnen volstaan met aan te halen, wat we vinden op pag. 71 van „De Heilsfeiten", n.m.:

„Het middelpunt van de geschiedenis der menschheid kan niet een wijsgeer wezen, die zich slechts bezint in stille afzondering op de wereldeenheid. Wijsheid is geen artsenij voor harteleed" en op pag. 159 van de eerste jaargang van „Nieuwe Banen" :

„Ook wij hebben ons steeds tegen Hegel's systeem verzet maar wij achten ons èn tegenover dezen begenadigden geest en tegenover den zoeker — wij achten ons tegenover hem en de waarheid verplicht met eerlijke wapenen te strijden."

Laat ons echter eens nagaan wat door Dr. Ubbink wordt gevraagd.

Ten eerste, of een christen, een godsdienstig mensch, het stellen kan zonder de philosofie van Hegel?

Wij antwoorden: „én ja én néén".1)

') Velen zullen klagen : „Waar blijft bij èn ja èn neen onze zekerheid, onze vastheid ?!" Met aandrang bevelen wij hun de lezing aan van het pas verschenen „Levens-Spanning" door Dr. W. Leendertz.

Sluiten