Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„het Woord Gods" (dat wij in den Bijbel bezitten) vinden we in de inleiding van zijn „Redelijkheid der Religie" : „En nu . . . . zegge men niet „dus kunt ge de Schrift wel missen. Neen voorwaar kunnen we deze niet ontberen. Hoe zouden wij minachten, die steeds voller, heerlijker openbaring van de werkelijkheid des Woords, die God de eeuwen door geschonken heeft ? Wie dit beweren zou, heeft geen oog voor den wassenden rijkdom in zekerheid en klaarheid, die de historie door gegrepen en vastgelegd is in het getuigende Woord der Schrift".

Door Dr. Libbink wordt voorts aangevoerd het „hoe" van het bestaan Gods. Zijne conclusie kunnen wij aldus saamvatten. Dr. de Hartog leert, dat er een proces Gods is, en wel een proces Gods, waarin de mensch betrokken is, en dat dus de Bijbel die nergens een zich ontwikkelenden God leert, heeft afgedaan en alzoo Hegel, en daarmee het pantheïsme gelijk heeft.

Met nadruk willen wij er allereerst op wijzen, hoe goed het ware geweest, indien Dr. Ubbink eens door citaten de zuiverheid van zijn beweren had aangetoond.

Niemand toch, die het inderdaad van harte leed doet, dat hij om des gewetens wille een geestelijken vijand moet aanvallen, mag zijne beweringen voldoende geargumenteerd achten door het geven van enkele woorden gevonden aan den omtrek van een doorwerkt systeem.

Wat zou men wel zeggen van den man, die na het lezen van b.v. Kuypers' „Bilderdijkrede" en diens „Maranatha" zich veroorloofde, één den kern van diens stelsel rakende critiek te leveren?

Het „klein van bevatting en geen antwoord waard" zou bijna over de lippen komen.

Dit moesten wij zeggen, nu wij toezijn aan de argumentatie, waarmede Dr. Ubbink bij de verwerping van Dr. de Hartog's z.g. proces-in-God-leer, meende te kunnen volstaan.

Het zou te ver voeren van al de, naar Dr. Ubbinks

Sluiten