Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Neen! Voor wie zich bezint kan slechts de synthese van beide éénzijdigheden tot het ware antwoord leiden.

Dit blijken dan ook — bijna zouden we zeggen: „hoe kan het anders" — de Gereformeerden zoo voortreffelijk juist te hebben verstaan. Juist zij zijn het, die het telkens weer doen hooren, dat „uit, door en tot God alle dingen zijn".

En voortreffelijk juist blijkt daarom ook hier al weder, dat de Hartog's „èn het een èn het ander," „Gereformeerder", wijl hooger, dieper, verder is, dan het „öf het een óf het ander", dat Gereformeerden als Dr. Ubbink hem trachten af te dwingen.

Terecht schreef Dr. de Hartog: „Waar de mensch schept, staat hij ten slotte buiten het product van zijn arbeid. Maar waar God schept, daar gaat Zijn Geest en Woord (Ps. 33 : 6) uit Zijnen mond om alle schepsel blijvend te onderhouden gelijk het water van den Oceaan den golfslag onderhoudt. Handhaven wij dit niet nadrukkelijk, zoo doen wij tekort aan Gods Almacht en Alomtegenwoordigheid (vrgl. Openb. 1 : 8) 1)"

Dr. Ubbink bedenke zich toch eens. Het denkvermogen kan ook bij leeken, zelfs al zijn zij jong, vrij ontwikkeld zijn. Het aantal van hen, die zélf willen zoeken, wordt steeds grooter.

Waarlijk het pleit niet voor „ons Gereformeerden" als onze leeraars telkens weer blijk geven, dat zij ter voorlichting van de schare met al te oppervlakkige probleemstellingen meenen te kunnen volstaan.

Een volgende aanklacht, met het voorgaande „nauw samenhangend", verwoordt Dr. Ubbink in de vraag: „Wat voor soort heil er door Christus in de wereld gekomen is."

Inhouden moeten we ons om niet uit te roepen: „Maar Doctor, lees dan toch wat de Hartog geschreven heeft!"

') Noodzakelijke aanvullingen. Deel I. pag. 100 e. v.

Sluiten