Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Thuis komende van een tentoonstelling van etsen en mezzo's van de Duitsche Socialiste Kathe Kolwitz 1), moeten we weder met onzen compilatie-arbeid verder gaan.

Welhaast is 't ons onmogelijk.

Nog zien we den honger naar den van-lijden-verlossenden dood op de vaalbleeke, vleesch-ontroofde aangezichten der te vroeg verwerkte vrouwen.

Nog zien we ze, de steen-omklemmende vuisten geheven voor de weelde-poort van den man-van-geld, die verlossing van materieele nooden bieden kon.

Nog zien we ze, als in laatste opvlamming van levenskracht, zich verdringen om het zelf-opgerichten moordtuig, dat den lang-gewenschten, verlossenden dood brengen zal.

En weer zien we in al deze ellende verwoord de wanhoop van den mensch, die God niet vond.

Boven het materieele ellende-leven gaan nog uit de smarten naar den geest van den aardgeboorne, die in twijfel door het leven gaat.

Hij wil tot God, maar hij kan niet. Immers, een antwoord op zijn zoekend-vragen vindt hij niet.

Wel wordt hij gewezen op den Man-van-smarten, die ook hem verlossing brengen wil. Maar waar is de Christen, die hem ontneemt zijn gewaande zekerheden, gevonden in halve wetenschap ?

Waar vond hij een Christen, wiens geloof tot weten werd ?

Wat deed Christus-kerk voor hem ?

Ja, wat deed zij ?

Vond en vindt zij niet in innerlijke twistzaak voldoening voor tekortkomingen naar buiten ?

Tracht zij, zooveel maar mogelijk is, saam te gaan met allen, die denzelfden God belijden en beleven? Met allen, die het uitroepen: „Heere niet onze wil, maar Uwe wil alleen ?"

Hoe 't ook schrijnt, wij kunnen niet anders dan op al deze

') Permanente tentoonstelling in den kunsthandel J. H. de Bois te Haarlem.

Sluiten