Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kunnen worden gezegd: „der goddelijke natuur deelachtig, wonderbaar geboren, gekruisigd, opgestaan uit de dooden, opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand Gods, oordeelende de levenden en de dooden' .

Voor wien het uit diens werken gebleken is, in welken (schriftuurlijken) zin deze woorden door Dr. de Hartog werden gebezigd en voor wien met ons van oordeel is, dat aan een naïeve bedoeling als waarop we op pag. 22 (noot) wezen, niet mag worden gedacht, en, ja, dit vooral, wie met ons nasloeg de teksten door Dr. de Hartog in het door ons weergegeven gedeelte uit „Verzoening" aangehaald '), die zal met ons verbaasd zijn over zooveel anti-schriftuurlijkheden in zoo weinig woorden gegeven. Twee — ja, drie maal wordt door Dr. Ubbink betuigd, dat de christen „niet der goddelijke natuur deelachtig is". 2) Is het dan niet waar wat Petrus schreef, dat ons door Christus de grootste en dierbaarste beloften geschonken zijn, opdat wij „door dezelve der goddelijke natuur deelachtig zouden worden '1 (2 Petr. 1 : 4).

„Christus is alleen Gods eeniggeboren zoon en wij zijn om Zijnentwil slechts3) tot kinderen Gods aangenomen". Eilieve, Dr. Ubbink, wat gaat daarboven? Wat zou ons hart, wat zou ons oog op aarde nevens dat nog lusten?

„Tot wien van de Engelen heeft Hij ooit gezegd: „Gij zijt mijn Zoon?" vraagt Ge, maar hoe dan toch, Dr. Ubbink, rijmt ge het, dat de in Christus herboren mensch, nochtans is van Gods geslacht? Dat wij eertijds knechten waren, maar thans kinderen Gods?

„Niet opgestaan uit de dooden" zegt ge, maar hoe dan

') Zie ons citaat op pag. 22

2) Gaarne drukken we hier af, wat een opbouw-lezer ons schreef:

„Ik ben blij, dat men Dr. de Hartog uit zijn tent lokt; er is voor den Gereformeerde zooveel sympathieks in hem, dat hij waard is, recht-Oh riste lijk. maar dan ook: met de zware wapenen, hem waardig, te worden genood tot een geestelijk duel. Maar, och arme, dan geen Bijbelteksten ontkennen, die Dr. de Hartog ook in den „Gereformeerden" Bijbel vinden kan."

3) Wij cursiveeren.

Sluiten