Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verhoudingen wijzigen moest, en aan maatschappij en staat eene nieuwe gedaante moest geven. De Reformatie heeft in de eerste plaats de kerk hervormd, maar verder ook het huwelijk en het gezin, het zedelijk leven en het aardsche beroep, de wetenschap en de kunst, de sociale en de politieke toestanden. Zij heeft over den mensch in al zijne verhoudingen, over heel de profaan geachte wereld, het licht geworpen van goddelijke heerlijkheid. Zij heeft haar uit het diensthuis der onfeilbare kerk uitgeleid en in de vrijheid van Christus gesteld. En zoo heeft de Reformatie ook op staatkundig gebied een nieuw tijdperk ingeleid, en aan het nationale leven in vele landen een ander karakter en eene andere richting geschonken.

Deze nationale beteekenis van de Hervorming is bijzonder te danken aan twee overtuigingen, welke de rechtvaardiging door het geloof vanzelve medebrengt. Immers deze belijdenis sluit objectief de duidelijkheid der Schrift en subjectief het getuigenis des H. Geestes in, en maakt den mensch, neen, den Christen vrij, onafhankelijk van priester en sacrament, en doet hem, zeker van zijn zaak, met Paulus roemen: indien God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn ? God is het, die rechtvaardig maakt, wie is het dan, die verdoemt ? Het algemeen priesterschap der geloovigen zet het speciale priesterschap van den geestelijken stand op zij, maakt de geloovigen in de kerk mondig en vrij, en brengt in zijn gevolg het staatsburgerschap der onderdanen mede. In de kerk geen voogdij der priesters, in den staat geen patronaat der overheid meer; het nieuwe beginsel kweekt op beide terreinen een krachtig zelfbewustzijn, schaft daar de geestelijke afhankelijkheid, hier de wereldlijke lijfeigenschap af. De kerkelijke mondigverklaring brengt te harer tijd de politieke vrijheid en rijpheid der volkeren mede.

De andere overtuiging, die uit de belijdenis der Reformatie voortvloeit, is deze, dat er boven staat en kerk beide een hooger gezag zich verheft, het gezag n. 1. van Gods woord, en dat voor ieder op dat gezag een hooger beroep open staat. Bij Rome is zulk een hooger beroep onmogelijk ; de uitspraak der kerk is de uitspraak van God zeiven ; Roma locuta, causa finita; voor de vrijheid des gewetens blijft hier geene plaats; voor de geboden

Sluiten