Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Nederlanden het meeste gehecht. Gelijk hij Europa en het Christendom tegen de Turken verdedigde, nam hij Duitschland, Italië en de Nederlanden in bescherming tegen koning Frans I, met wien hij vier malen in bloedige oorlogen gewikkeld werd. Hij bracht eenheid tusschen de verschillende graafschappen en nam tal van maatregelen, die tot zegen voor ons land verstrekten. De erfopvolging werd voor al de Nederlanden geregeld op eenparigen voet; de algemeene landsregeering, toevertrouwd aan een landvoogd, die boven de stadhouders der gewesten stond, kreeg ter raadpleging een Raad van State naast zich en oefende haar bestuur uit door middel van een Kamer van financiën en een Geheimen Raad van wetgeving; in de staten of stenden traden vertegenwoordigende lichamen van adel, geestelijkheid en burgers op; er kwam allengs meer eenheid in wetgeving en financiën; evenzoo in de rechtspraak door de instelling van den grooten Raad van Mechelen boven de hoven en raden, en van deze boven de plaatselijke schepenbanken; en in de aanvoering van het leger door de aanstelling van een kapitein-generaal. Altemaal instellingen en regelingen, die voor de Nederlanden ten zegen waren, en wier waarde en nut onder onze geschiedschrijvers vooral door B i 1 d e r d ij k werden erkend.

Bij dit alles voegde zich nog, dat de Nederlanden, vooral de Zuidelijke, in dien tijd een toppunt van bloei hadden bereikt. Welvaart en beschaving waren verspreid over het gansche land. Vlaanderen en Brabant waren de marktplaats en het vereenigingspunt van de Noord-Oostelijke en de ZuidWestelijke volken. Landbouw, nijverheid en handel brachten schatten op. De Vlaamsche steden, Leuven, Brussel, Gent, Yperen, Brugge vooral, genoten eene ongemeene welvaart pn gingen in rijkdom en weelde alle andere te boven. In beschaving, letterkunde en kunst streefden de Zuidelijke Nederlanden die van het Noorden verre voorbij. De gebroeders Hubert en Jan van Eyck legden de grondslagen der Nederlandsche schilderkunst, en vereenigden met de teedere vroomheid der Middeleeuwen, reeds den werkelijkheidszin van den lateren tijd. De bouwkunst schiep in kerken, stadhuizen, torens en poorten wonderen van architectuur, waartoe wij thans nog met eerbied

Sluiten