Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

privilegiën. Van dien strijd is Prins Willem I het hart en de ziel, het hoofd en de hand geweest; hij werd de grondlegger van ons onafhankelijk volksbestaan, de redder der godsdienstige en staatkundige vrijheid tegen geestelijk en wereldlijk absolutisme, Gelijk zijn praalgraf in de Nieuwe Kerk te Delft het uitspreekt: het werd opgericht God Almachtig ter eere en ter eeuwige gedachtenis van Willem van Nassau, Prins van Oranje, als een Vader des Vaderlands, dewelke den dienst van de Nederlanden meer heeft geacht dan de welvaart, en den voorspoed van hem en de zijnen ; de ware religie mitsgaders de privilegiën van den Lande wederom ingevoerd en in zijn ouden staat heeft gebracht.

In deze lange en bange worsteling is het Nederlandsche volk geboren en heeft de natie haar Protestantschen stempel ontvangen. Immers ontving zij in dezen strijd de hooge en heilige roeping, om de kerkelijke hierarchie van Rome en de staatkundige tirannie van Spanje te weerstaan, en tegen deze wereldmachten het pleit op te nemen voor de Gereformeerde religie, en daarin voor de vrijheid van geloof en geweten. De Nederlandsche natie is als natie, in haar eenheid van godsdienst en taal, van karakter en zeden, uit de religie geboren ; de Hervormde kerk was het middelpunt en de kern van het gemeenebest. Elders is — zooals Groen van Prinsterer zegt — de kerk opgenomen door den staat; hier is de kerk niet slechts met de republiek vereenigd, maar de republiek is geboren uit de belijdenis der kerk. Elders is de bevolking Protestantsch geworden ; hier is, door het samenvloeien van verdrevenen uit vele natiën, eene Protestantsche natie gevormd en het volkskarakter in Christelijken, Gereformeerden zin veredeld en vernieuwd, Op onze munt is de Nederlandsche Maagd afgebeeld met de eene hand op den Bijbel, in de andere de speer met den vrijheidshoed : steunende op den Bijbel, verdedigen wij de vrijheid.

Daarbij is het oorspronkelijke volkskarakter niet vernietigd, maar wel gewijzigd. Evenmin als Israël in de oudheid door zijn aanleg en aard uitmuntte boven andere volken, evenmin gaat ons volk in adel van karakter de ons omringende natiën te boven. Het kan met het Fransche volk niet wedijveren in bevalligheid en smaak, met het Engelsche niet in beschaving en practischen zin, met het

Sluiten