Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den kunstenaar in ons vaderland boeide, dat was de gewone werkelijkheid, het alledaagsche leven, de huiselijke gezelligheid, het portret, het landschap, het genrestuk, het stilleven, soms ook wel het ruwe platte leven in herberg, op kermis en op markt. En dat alles voelt hij fijn, innig, warm, met het diepste medegevoel, en geeft hij, zooals hij het voelde, weer op doek of in steen, in lied of tooneelspel. Het is bij alle verscheidenheid dezelfde ziel, die Vondel de huwelijkstrouw doet bezingen, Cats de poëzie in het huisgezin doet opmerken, Rembrandt het lichtdonker op het doek doet tooveren, Jacob van Kampen, Hendrik de Keyser, Rombout Verhulst tot bouwmeesters van kerken, stadhuizen, hallen en grafmonumenten maakt, Leeuwenhoek de infusiediertjes doet ontdekken, Swa mm erda m den almachtigen vinger Gods doet opmerken in de anatomie van eene luis, de Nederlandsche philologie doet uitmunten door hare acribie, aan den handel eene waarde toekent naast of boven de religie, en het Nederlandsche volk tot op den huidigen dag doet zingen van Piet Hein, wiens naam is klein, maar wiens daden zijn zeer groot, omdat hij overwon de zilvervloot.

Met dit al wordt niet beweerd, dat heel de rijke cultuur der 17e eeuw uitsluitend en rechtstreeks aan de Reformatie te danken zou wezen. Wie dit beweerde, zou bewijs geven, dat de geschiedenis van ons vaderland hem onvoldoende bekend was. Want ten eerste bleef een groot gedeelte van ons volk aan Rome gehecht; in den eersten tijd was er maar één Hervormingsgezinde op honderd of zelfs duizend Roomschen. Gedurende vier en een half jaar van April 1572 tot Nov. 1576 werd de strijd tegen Spanje gestreden door één tiende deel van Holland en Zeeland alleen. In 1587 was naar waarschijnlijke berekening nog maar een tiende deel der bevolking Gereformeerd. Wel is waar vereenigden zich Roomschen en Onroomschen aanvankelijk in het verzet tegen bloedplakkaten en inquisitie, alsmede tegen de schending der privilegiën. Maar toen in het vervolg van den strijd het godsdienstig element naar voren trad, het Calvinisme de leiding kreeg, en de oppositie zich niet alleen keerde tegen de dwingelandij van Spanje, maar ook tegen de hierarchie en de

Sluiten