Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Patriotten dit aanbod aan. Frankrijk verklaarde aan Prins Willem V in 1793 den oorlog. De Franschen trokken ons land binnen, eerst in 1793, daarna in 1795, en werden door de Patriotten met gejuich, als de verlossers van dwingelandij, begroet. Men danste om den vrijheidsboom, die met de Fransche driekleur was getooid. Vrijheid, gelijkheid en broederschap zouden thans voor Nederland en voor alle volken den heilstaat doen aanbreken. Willem V scheepte zich 18 Jan. 1795 naar Engeland in. De Bataafsche Republiek werd uitgeroepen, die heel de historie van ons land uitwischte, Reformatie en Christendom terzijde stelde en de geschiedenis van voren af aan beginnen wilde.

Wie de verandering beseffen wil, welke in ons nationale leven had plaats gegrepen, vergelijke den aanvang van den worstelstrijd tegen Spanje met deze verheerlijking der Revolutie. Toen een klein hoopske volk, dat de hagepreeken bezocht, en de worsteling aanving voor de vrijheid van geweten en godsdienst; en thans eene verdwaasde menigte, die, dronken van vreugde, danst om den vrijheidsboom. Toen aller oog op Prins Willem gericht, als redder uit den nood, en thans, 200 jaren later, de Prins van Oranje als dwingeland verbannen uit het land. Toen de beginselen der Reformatie gehuldigd, nu de ideeën der Revolutie verheerlijkt! Zouden deze dan waarlijk in den wortel één kunnen zijn? Beide, Reformatie en Revolutie hebben inderdaad een keer in ons volksleven gebracht en eene nieuwe periode in onze geschiedenis ingeleid, maar gene ontsproot uit de gehoorzaamheid aan het hoogste gezag, deze begon met de omverwerping van alle gezag.

Toch, om rechtvaardig te zijn, dient men te onderscheiden tusschen de beginselen der Revolutie en de orde van zaken, die door haar, ook in ons vaderland, is gevestigd geworden. Het vele goede, dat in de periode na 1795 tot stand kwam, mag met worden voorbijgezien. De Omwenteling is ook voor ons land en volk ten zegen geweest. In heel ons staatswezen school van de Unie van Utrecht af een gebrek, dat niet anders dan schadelijk werken kon. In den loop der geschiedenis leidde dit tot eene ontaarding en bederf, welke niet dan door eene gewelddaad konden worden opgeruimd; geleidelijke verbetering was niet

Sluiten