Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geestelijke wedergeboorte, doordat ze weerkeerde naar het Evangelie der Schrift en naar de norm in de Apostolische Kerk voor de Kerk aller eeuwen gegeven. Revolutionnair is Luther daarbij zeker niet te werk gegaan. In dat opzicht staat hij lijnrecht tegenover het Anabaptisme en de spiritualiseerende sekten van vroeger en later tijd. Hij breekt niet af, maar herstelt en zuivert. Hij stelt zich op den grondslag van de algemeene Christelijke Kerk en de belijdenis door deze Kerk op haar algemeene concilies vastgesteld, wordt door hem en door heel de Protestantsche Kerk van harte beaamd. Zelfs in de bestaande inrichting en eeredienst der Kerk wil hij niets loslaten, dan alleen wat met Gods Woord in strijd is. Hij behoudt Kerk en Sacrament, Ambt en Woord. Hij erkent de leiding des Heiligen Geestes, die trots alle zonde en afdoling, gedurende al de eeuwen van haar ontwikkeling in de Kerk is doorgegaan. Hoe hoog heeft Luther en hebben met hem niet alle Reformatoren de geschriften der Kerkvaders gesteld. Hoe is met name Augustinus niet Luthers geestelijke leidsman geweest. Hoe waardeert hij niet zelfs in de Middeleeuwsche Kerk wat door den heiligen Bernard van Clairvaux en door een T a u 1 e r is geschreven. En hoe heeft de Protestantsche Theologie niet steeds dankbaar gebruik gemaakt van den denkarbeid van een Thomas van Aquino.

Welk een rijke beteekenis de Reformatie voorts, niet alleen voor de Religie en de Kerk, maar voor heel het geestelijke en stoffelijke leven der volkeren heeft gehad, kan ik, hoe verleidelijk het ook zou wezen, om daarvan een schitterend tafereel u op te hangen, hier slechts aanstippen. Voor het zedelijk leven van den mensch stelt de Reformatie nu een geheel ander beginsel, waar het dienen van God niet meer geschiedt als een knecht om loon, maar als een kind uit dankbare liefde; de dubbele moraal met haar onderscheiding van wet en raadgeving wordt afgeschaft en een zelfde Goddelijke zedewet geldt voor allen; en het ideaal niet meer gezocht wordt in ascese en wereldvlucht, maar in de heiliging van ons aardsche leven. Het aardsche beroep wordt weer als goddelijk beroep geëerd; de bedelarij, de kanker der Middeleeuwen als zonde gestraft; de geldhandel als rechtmatig erkend. De heiligheid van het huwelijk wordt gesteld

Sluiten