Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

binnenkort een woord als nimmer te voren gaan mee spreken? Zal... doch genoeg; waarom meer gevraagd, dan we afdoende beantwoorden kunnen?

Maar, naar het zich laat aanzien, gewis is het, dat het „oude" der verdwijning nabij komt.

En wat komt dan ? Wie vermag, ook slechts bij benadering, het te zeggen? Het stemt alles zeldzaam ernstig.

Gelukkig de christen, die weet, dat „Midden onder d'onwêersgalmen,

Antwoordt uit het heiligdom

Het jongste woord Zijns woords : „IK kom". * *

*

Toen Paulus in zijn dagen, bij den overgang van de oude tot de nieuwe geschiedenis, bij de geboorte van een nieuw-Europa, toen het christendom zijn intrede begon te doen, — in de crisis van zijn tijd het gewijde oor te luister legde, tot een antwoord als op de vraag: wat is er toch aan de hand ? — toen heeft hij (in Rom. 8:22) uitgeroepen: het gansche schepsel is in barensnood. Niet „als" in barensnood; neen dat „als" staat in de oorspronkelijke taal, in 't Grieksch, er niet bij. Het gansche schepsel is in barensnood. De bewuste en de onbewuste schepping, de bezielde en de onbezielde wereld, alles bevindt zich voor Paulus' aanschouwen in een proces, dat hij barensnood noemt; het is in barensnood, in volle realiteit.

Barensnood toch is die ontroerende worsteling van leven, dat als vrucht van leven, tot leven wil uitbreken. Dat levensproces, thans met zooveel smart gepaard gaande, vinden we niet alleen in de menschenwereld, maar naar Paulus' fijnzinnige opmerking, vinden we het in heel het schepselendom terug.

Achter de dingen, achter de levensworsteling, achter het wereldgebeuren is dus een drang, een levensdrang, om tot (hooger, nieuw) leven uit te komen.

Om dit te verstaan in zijn huidige beteekenis, dient men te letten op den inzet, op de herkomst der geschiedenis, inzonderheid op die der menschheid.

Tweeërlei dient hier in 't oog gehouden te worden. Toen God den mensch schiep in het Paradijs, had Hij hem wel in een heerlijken staat geschapen, maar toch zóó, dat de mensch die heerlijkheid verder kon ontplooien; van nog kunnen vallen en nog kunnen

Sluiten