Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo zien wij de profetie vervuld worden, en de tijden zich rijpen; de oordeelen vol worden; en.... nog is het einde niet.

Te midden van al deze hedendaagsche wereldgebeurtenissen, te midden der algeheele ontwrichting aller levensverhoudingen, rijst de vraag, of het niet is om te verwanhopen aan menschheid en toekomst. En ongetwijfeld ze zijn er, die thans niet beter meer weten dan in zwarte zwaarmoedigheid, in donker pessimisme den laatsten wierook op het altaar der wanhoop te

strooien. En zij hadden recht, indien er geen

uitweg meer was naar Boven, en er van Boven geen openbaring was aan ons, die licht spreidt ook over deze donkere vlakte van het wereldgebeuren.

Tijden van crisis zijn er meermalen geweest. Herinneren we ons toch, dat het gansche schepsel in barensnood is; de wereldweeën worden dus procesmatig ervaren; maar die weeën zijn dan toch ook nog een getuigenis van den levensdrang, om tot nieuw leven te mogen uitbreken. Nu zou aan dat leven moeten vertwijfeld worden, als hier niets dan zonde-ontwikkeling aan het woord ware. Maar nu heeft God ons iets anders geopenbaard. Dat namelijk door deze schrikkelijke evolutie heen, God zijn raad vervult, om Zijn leven ten triumf te brengen. Herinneren we ons nog, hoe, dank zij het feit der zonde, het levensproces een verkeerde richting nam; hoe de mensch langs links wil opklimmen, terwijl God geordineerd had, dat de berghelling langs rechts moest bestegen worden. — Zóó ontstond er een smart-proces, procesmatige-smart; een barensnood; en hetwelk zou eindigen in absoluten ondergang, ware het niet, dat God zijn einddoel naar Zijn eeuwigen verlossingsraad in harschepping had gehandhaafd. Daardoor blijft de hope gegrond. Zoo zegt de Apostel het dan ook in Rom. 8. Hij heeft wel gesproken van den barensnood en het daarmede gepaard gaande zuchten van het gansche schepsel; maar hij verbindt daar voor Gods kerk een conclusie aan, allerminst van pessimisme. Integendeel. Hij laat er op volgen in vs. 23: „En niet alleen dit, maar ook wij zeiven die de eerstelingen des Geestes hebben, zuchten in ons zeiven, verwachtende de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing onzes lichaams, want

Sluiten