Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

we zijn in hope zalig geworden". Een hoop, die hij dan beschrijft, niet als een twijfelachtig begeeren, óf er nog verlossing zal komen; — maar die hoop is hem als christelijke hoop een verwachten, dat het komt.

God heeft zijn wereld niet losgelaten; zijn verkiezende genade verzekert een heerlijk gemaakt volk, op een nieuwe aarde. Uit heel dezen bajert van wereldjammer moet uitkomen Gods kind, in zijn vrijmaking; „de openbaring der kinderen Gods". Dit is het, wat uit den barensnood, uit het wereldproces moet en zal te voorschijn treden. En dat dit nu gaat door zulke beroeringen en verschrikkingen heen, is onder meer (ofschoon dit probleem een afzonderlijke bespreking eischte, en het hier niet kan afgehandeld) opdat de zonde in haar ware gedaante, tevens in haar machteloosheid zal openbaar worden, en als leugen en vloek zal geoordeeld en veroordeeld worden; en alzoo het kruis van Christus in zijn goddelijke redelijkheid zal gerechtvaardigd, zelfs in het wereldproces.

Zóó is er dan geen grond voor pessimisme voor wie gelooft. Integendeel, al deze dingen roepen ons toe: God arbeidt een werk tot grootmaking en heerlijkmaking van al zijn volk. Gods Raad zal bestaan. Zoo verwachten de Godsmannen den Heere dan, óok in den weg Zijner gerichten (Jesaja 26). De weg moge lang zijn, de toestand bang, de druk zwaar, het is niet in strijd met onze hoop; de verwachting van de eindverlossing. Neen, het gaat juist ,daar doorheen ; we beluisteren in dit alles de vervulling der voorspelling, en het ruischen der voetstappen van Hem, die komende is.

De oude profeten hebben in den crisis van hun tijd, dan ook niet gewanhoopt; maar zij zagen door de nevelen het licht schemeren van een nieuwen dageraad. Paulus laat de hoop schitteren van het christelijk geloof. Over Patmos rolt als een statige dondergalm het: „Ik kom".

We zien in het proces der geschiedenis dan ook, tegenover en na elke periode van storm en drang, een nieuwe lijn van tintelende herleving, van frissche kracht, van geestelijke jeugd, gewrocht uit de actie (ook een proces en hetwelk door dat andere heenloopt) van den Heiligen Geest.

Als de profeet Joël van bloed en vuur en rookdamp profeteert, dan gewaagt hij tevens van een Geestesuitstorting die een nieuw en troostrijk vergezicht opent.

Sluiten