Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De koning verhaalt, hoe hij op 't toppunt van zijn roem staande, door den Almachtige in een droom verschrikt was. Zijn land was na vele oorlogen in rust, en hij was groenende in zijn paleis.

Groenende, — hij leidde geen kwijnend leven, maar stond in volle glorie als een groenende boom, sappig, vol en rijk, hij had de macht van een wereldbeheerscher. Zijn droom sluit zich nu bij deze gedachte aan. God laat hem in den droom zichzelf zien als een boom, in 't midden der aarde geworteld en tot aan den hemel opgeschoten. De groote en sterke boom van zijn wereldrijk vertakte zich tot aan de einden der aarde. Schoon was zijn loof, — volkeren rustten in de schaduw van zijn rijk. Veel was zijn vrucht, — tal van natiën dankten hun bestaan en welvaart aan zijn macht. Zooals de vogelen hun nesten bouwen in de takken van den boom, zóó nestelden zich stammen van allerlei taal en tong in 's konings rijksgebied.

Zoo staat die machtige heerscher daar in 't midden der aarde geplant, zijn kruin tot den hemel verheffend. Maar nu komt het oordeel. Nebukadnezar ziet, hoe één van Gods engelen-wachters van den hemel afdaalt, en zijn mededienaren met groote kracht toeroept: „Houwt dien boom af, en kapt zijne takken af; stroopt zijn loof af, en verstrooit zijne vruchten, dat de dieren van onder hem wegzwerven, en de vogelen

van zijne takken".

Toch zou het oordeel nog niet gaan tot den wortel. Er is nog genade. De afgehouwen tronk moet in het veld blijven staan en zelfs door een ijzeren band om den kop beschut worden, om algeheele vernietiging te voorkomen. Het hemelhooge wordt door Gods hand met den grond gelijk gemaakt, en daar in de laagte zal het nog weder kunnen uitspruiten. De koning zelf zal zijn deel krijgen met het gedierte des velds, en natgemaakt worden in den dauw des hemels. Ook die hemelhooge zal tot den grond toe vernederd worden, — van den troon tot in het gras, — de Almachtige

Sluiten