Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hooge trotsaard, die zich voor onaantastbaar door God en de menschen hield.

Let er maar eens op wat er gebeurde twaalf maanden, nadat Daniël hem zonder vorstenvrees de waarheid Gods verkondigd had. Hij had dit jaar van uitstel niet gebruikt om te leeren zijn God te eeren, maar de duivel der hoovaardij schijnt hem geheel in zijn macht gekregen te hebben.

De koning wandelt op het dak van zijn paleis, waar terrassen aangelegd waren bij wijze van lusttuinen. Dit was in Babel zeer gewoon, het was zelfs beroemd om zijn zoogenaamde hangende tuinen. En ook in onze dagen begint men vooral in de groote steden weder plantsoenen op de daken aan te leggen, omdat er in de huizenzee bijna geen enkel open plekje uitgespaard kan worden.

Zoo staat Zijne Majesteit daar dan te midden van zijn weelde. Hij laat zijn blik met welgevallen weiden over de pracht-stad, die aan beide zijden van den Eufraat gebouwd is, en die daar aan zijn voeten ligt. Hij had haar sedert zijn troonsbestijging zeer uitgebreid en verfraaid. En zijn hart zwelt van trots, nu hij de vrucht van zijn genialen arbeid met één blik overziet. En dan daarbij te bedenken, dat dit het middelpunt van een wereldrijk is, waarin bijna alle volken zijn opgenomen. Welk een macht! Welk een glorie! Welk een man! Haast een god! Want dat alles, 't is dan toch maar het werk zijner handen. Zijn geniale kop heeft dat alles dan toch maar uitgedacht, en deze twee prachtige handen hebben

dat dan toch maar tot stand gebracht Of niet? Wie

sprak daar van Daniels' God, die de koninkrijken geeft aan wien Hij wil, en aan wiens zegen dat alles te danken is? Neen, neen, gewetensstem, God heeft er niets mede te maken, — mijn kunde, mijn volharding, mijn genialiteit, 't is alles mijn werk. En nu komt de duivel van der. hoogmoed uit de onderste verdieping der hel aan zijn oor staan, en fluistert hem de lasterlijke woorden in, die hij tot de zijne maakt: „Is dit niet het groote Babel, dat ik gebouwd heb tot een

Sluiten