Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorbij dat zoo levenskunst als levensmethode hare beteekenis ontleenen aan de geestesrichting die beide deed geboren worden. Kunst en methode zijn openbaringen en deze worden niet begrepen zonder kennis van wat aan die openbaring te grondslag ligt.

Zoo kan alleen ten volle juist zijn, het woord vrijmetselarij te bezigen ter kenschetsing van eene bijzondere geestesrichting, terwijl dan ook vrijmetselaar alleen hij kan worden genoemd bij wien deze geestesrichting aanwezig is. Is deze aanwezig, dan zal, bij den ernstigen mensch, de beoefening der op die geestesrichting gebouwde levenskunst vanzelf daaruit voortvloeien. Ten volle zal hij eerst vrijmetselaar zijn, die ook er naar streeft zich in deze levenskunst telkens meer en beter te oefenen en zich daarbij een juiste methode >— die intusschen steeds in sterke mate een persoonlijk karakter zal dragen — eigen te maken, maar hij kan geen goed beoefenaar dier kunst zijn, wanneer niet het fundament daarvan in hem is.

3. Het ware wezen van vrijmetóeLarij. ■— Vrijmetselarij, naar haar diepste wezen beschouwd, is de uit innerlijken drang geboren, zich in een voortdurend streven openbarende, gezindheid om den mensch en de menschheid te doen zij n in overeenstemming met hun hoogen aanleg en hunne bestemming1).

Drieërlei weten ligt aan deze gezindheid te grondslag:

Wat is, is onvolmaakt;

Des menschen en der menschheid aanleg wijst op de mogelijkheid eener hoogere volmaking;

In den ernstigen mensch en in de menschheid is de kracht aanwezig om die mogelijkheid werkelijkheid te doen worden.

J) Deze bepaling is in het wezen der zaak ontleend aan de beginsel-omschrijving, opgenomen in de Grondwet voor de Orde der Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden.

Sluiten