Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in aanraking komt, dit vraagstuk ook tot punt van zijn onderzoek maken. Maar hij meent uit te mogen gaan van het voor hem als ervaringsfeit vaststaande, bewustzijn van eigen verantwoordelijkheid dat den mensch eigen is.

III

DE PRAKTIJK DER VRIJMETSELARIJ

8. Leverukurut.. — Het spreekt vanzelf dat het streven tot geestelijken, zedelijken en ook stoffelijken vooruitgang, waaraan de vrijmetselaar zich wijdt, alleen dan gevolg kan hebben indien dit zich uit in een bepaalde methode, en voorts ook dat de Vrijmetselaarsorde hare beteekenis alleen aan de juistheid der door haar gekozen en consequent gevolgde methode

kan ontleenen.

Het komt er op aan dat het leven van den enkelen vrijmetselaar zoo zal worden ingericht dat succes bereikt kan worden, dat hij vindt de kunst om zijn leven in harmonie te brengen met zijn uitgangspunt en zijn doel.

Die levenskunst, door hem als de hoogste der kunsten beschouwt, bestempelt hij, alweer een woord bezigend van zijne symbolieke taal, met den naam Koninklijke, dat is heilige, hoogste, Kunst, ars regia.

Die kunst, eenvoudig en bescheiden in opzet, is niettemin in uitvoering uiterst moeilijk. De belangen der menschheid als einddoel beschouwend, vergeet hij niet dat de menschheid is een geheel van vele samenstellende deelen en dat allereerst op de ontwikkeling van elk deel moet worden gelet, wil het geheel ontwikkeld kunnen worden. Van binnen uit moet de zegepraal van het goede worden bewerkt. Maar dan spreekt het ook vanzelf dat de vrijmetselaar begint aan wat het eerst voor de hand ligt: zich zelf te ontwikkelen in geestelijk en zedelijk opzicht.

Er is in zijne symbolieke taal, ■—• aan den bijbel ontleend ), maar zich materieel aansluitend aan den arbeid der bouwcor-

l) Zie o.a. Ephesen II, 20—22.

Sluiten