Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vulling der tweede taak: te arbeiden ten nutte der gemeenschap.

Het mag, voor degenen die het tegendeel verkondigen of aannemen, nog wel eens uitdrukkelijk worden gezegd, dat de vrijmetselaar in dezen arbeid voor de menschheid volkomen zelfstandig is. Geen bevel van hooger hand dwingt hem, geen mot d'ordre wordt door of namens de Orde uitgevaardigd. Elk vrijmetselaar zoekt zelf zijn weg en wijdt zich aan arbeid, het meest met zijn talent, zijn aanleg overeenkomende. De Orde, en de loge als onderdeel dier Orde, stelt zich zelf geen ander doel dan den vrijmetselaar voor den arbeid naar buiten geschikt te maken en hem aan te sporen dien arbeid te verrichten. Ten hoogste — met éen uitzondering die boven, blz. 25, werd aangeduid voor de gevallen waarin Orde of loge zelve iets onderneemt — maakt zij het den individueelen vrijmetselaar, die waarlijk nuttig werk meent te kunnen doen, gemakkelijk daarvoor helpers te vinden. De vrijmetselaar weet zeker voor goede werken nooit alleen te staan.

Hoewel gezegd kan worden dat indirect door de Orde ontzaglijke arbeid ten nutte der groote gemeenschap wordt verricht, is dat steeds enkel arbeid verricht door individueele vrijmetselaren, die, als voortdragers in de wereld van het beginsel van algemeene menschenliefde, zich zedelijk genoopt vinden, dien arbeid te doen.

Zij zullen daarbij nimmer optreden als vrijmetselaar; het is hun nimmer om eigen eer, evenmin om de eer der Orde te doen; voldoende is dat arbeid die verricht moet worden, verricht wordt.

In dit feit is wel de voornaamste reden te vinden, waarom zoovelen meenen de Orde van geenerlei beteekenis te achten voor het algemeen welzijn. De buitenwereld ziet wel den arbeid die verricht wordt door vrijmetselaren, maar kent de arbeiders niet als zoodanig. En toch is het moeilijk eenigen socialen arbeid te noemen waaraan vrijmetselaren niet hetzij

Sluiten