Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het levensbegin vergelijkt hij niet de geboorte bij God, mensch, dier en plant, noch stelt hij deze processen aan elkaar gelijk; neen, ze zijn voor hem een eenheid. Hier betreft het de mogelijkheid eener scheiding en onderscheiding van synchronismen, van in den tijd gelijk gelocaliseerde, doch in plaats, in levensgebied verschillende levensverschijnselen.

Daarnaast echier bevindt zich evenzeer de mogelijkheid van diachronische onderscheiding: de oudere menschheid scheidt nog minder dan de jongere de verschillende opeenvolgende phasen van een reeks werkzaamheden of gebeurtenissen, die dus volgens ons niet of nauwelijks samenhangen, doch in de oudere gedachtenwereld echter nauw, ja zelfs genetisch verbonden zijn. Anders uitgedrukt: gelijk zijn taal, dat is, gelijk hij zelf van een bepaalden kant genomen, is de oude mensch als geheel, alzijdig genomen, meer synthetisch, periodiseert — als ik mij deze uitdrukking mag veroorloven — hij ruimer dan de moderne samenleving nog doet of doen kan.

Van beide, het synchronische en het diachronische, noem ik U een voorbeeld.

Voor het eerste, het synchronische, staat het geheele complex der Terra Mater gereed. De vier gebieden van het goddelijke, het menschelijke, het dierlijke en het plantaardige leven staan hier immers vlak naast elkaar.

Het goddelijke is hier niet slechts het algemeene, het alomvattende, doch ook het hoogste bijzondere, waaruit de drie andere: mensch, dier en plant zijn voortgekomen en waartoe zij terugkeeren. Nilsson typeert dit raak (Gnomon 1932, 18), er op wijzend „dass es bei Homer drei Stande gibt, das Volk, den Adel und die Götter".

Herodotus geeft een fraai staal hiervan in het Genesisverhaal van de Skylhen (IV, c. 5—7), waarvan de hoofdtrekken de volgende zijn: de eerste mensch was de zoon van den Hemelgod en van de dochter van den Borysthenes, tijdens

Sluiten