Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meer. Ook hier weer de welbekende trek: de volledige, dus ongedekte aanraking met het hemelvuur beteekent: opneming in „het andere leven" of verlaten van het „aardsche leven".

Voor het tweede, het diachronische, wil ik een voorbeeld noemen ontleend aan de studie van R. Meringer, W.w.S. III, 45, (vgl. ook Woch.f. Klass. Phil., 1910, 564), waarin hij bij het runenlezen vaststelt dat, wat ik als periodiseering zou willen aanduiden, d.w.z. een voor ons opvallend groote eenheid van tijdelijk niet op dezelfde plaats liggende handelingen, aldus :

I II III IV V

ritzen lesen *■

lat. lego *■

gr. kéyci— *■

lat. scrTbo S sehen sagen

W. sequ- )

oxaQKpaofiai " ' gr. svveitf, inseque *■ (genasaleerd) W. seg^h- gr. ö/x<fr/, got. siggwan lat. spargo *■ sprechen

I II III IV V

Einritzen Hinstreuen Aufheben Ansehen Verkünden auf Staben der Stabe Raten, Lesen

De verklaring van dergelijke merkwaardige „Sinnverschiebungen" ligt echter m.i. volstrekt niet daarin, zooals Meringer meende, — wat op zich zelf reeds weinig waarschijnlijk is — „dass nur Wenige ganz klare Vorstellungen von dem Hergange beim Runenlesen hatten."

De verklaring ligt elders.

Zoowel in plaatselijk als in tijdelijk opzicht is het oudere denken en voelen gekarakteriseerd door een sterkere synthese tegenover het meer analytisch karakter, dat dezelfde functies in later tijden zullen vertoonen. Wanneer lat. mentum „kin" en ndl. mond nauw verwant zijn, wanneer lat. gena „wang", yévvq „kin", oud-iersch gtun „mond", ook in lat. dentes genuini „kaak-tanden = kiezen aanwezig, in feite hetzelfde woord vertegenwoordigen, wil dat slechts zeggen, dat

Sluiten