Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Natuurlijke functies en menschelijke functies staan voor den antieken mensch in de verhouding van ouders tot kinderen tegenover elkaar. Hiervan dus een enkel voorbeeld.

Ov(tavó$, dat wij met „hemel" vertalen is niet te scheiden van ovQtoj „wateren", lat. ürïna „lichaamswater", doch ook „natuurwater" getuige urinari dat de technische beteekenis van „duiken" heeft gehad. Wie ovqccvó$ plaatst tegenover 7toTU(ió$(: TtijiTot) en g, woorden van verwante betee¬

kenis, beseft, dat de verschillen in suffixen : -vóg, -fiöq, -).óq assimilatorisch en dissimilatorisch door den aard der voorafgaande consonanten : t>, ti-t, fi<f zijn bepaald. Is het in dit verband niet frappant, dat naast ovquvó$ een femininum staat ovQiivt'i met de beteekenis van „kamerpot, matula": xaxoofioe, ovytcvtj zooals Aeschylus fr. 179, Sophocles fr. 147 haar noemt!

Aristophanes beroept zich blijkbaar op hem bekende voorstellingen in het volk levende, als hij Strepsiades laat zeggen (Nub. 373) i):

xa'ixoi Jt(ióteyov tóv Ai' aXrjS-ü)^ üi/itjv óia

xooxivov ov(>eiv.

Het xuaxivov „zeef' brengt ons vanzelf naar de merkwaardige figuur van Ixton. Hij, de zoon van Phleguas „Brander", — een van de vele namen voor den Bliksemgod èn voor den zwarten adelaar, telkens terugkeerend symbool van den bliksem bij Hesiodus (Scut. 134)') — verwekt bij Nephele „de nevel", de KtvT-tivQoi, die de xaQa^QKb de wilde, langs de flanken van de bergen omlaag stormende, door het onweer verwekte beken beteekenen 2). De naam „Ixïon" wordt volkomen duidelijk door de glosse bij Hesychius i§ai' óirj-9-fjOai („doorzeven"). De boven door mij omschreven ziens- en bestudeerings-

') Vgl. hiervoor mijn Lat. Woordverkl. (1920) 169. Voor dgl. „Kraftausdrücke", meest op het gebied der natuurlijke functies, veel materiaal bij Goldberger, Glotta, 18, 8—65; 20, 101 — 150.

2) Vgl. A. Fick, K.Z. 46, 78. 102, F. Muller Jzn, Lat. Woordverkl. 168, K. T. Preuss, Arch. Rel.-W. 9, 131 voor dgl. mythen in N.-Amerika.

Sluiten