Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijze bewijst hier opnieuw haar recht van bestaan. Zij bestrijkt echter nog meer, tot dusver onverklaarde, feiten, „Zeven" = „wateren", „bewateren" is een oud, men zegge vooral niet euphemisme, doch een oude volwaardige aanduiding geweest voor „bevruchten", ook met de praegnante beteekenis van „verkrachten, schenden". Zijn naam reeds spreekt dus van zijn zondige liefde voor Zeus' gemalin Hera: het rad, waarop hij werd vastgebonden, de r^óxo<g, zal m.i. de aardschijf zijn geweest, de Terra Mater, gemalin van den Hemelgod, door Ixion als den Regendaemon bevrucht (vgl. bov. p. 5 over de (ptalrt).

Tenslotte brengt het algemeene Grieksche woord voor echtbreker fioi%óq de bevestiging hiervan, immers ten nauwste samenhangend met gr. ófitixoi'), jonger ó/ulxtaj „wateren", ion. öfiix^n „nevel", ndl. miggelen (dial.) „motregenen", gelijk ons medelid Kern indertijd betoogd heeft.2)

Men voege daarbij nu datgene, wat ik de Moeder-Aardegedachte wil noemen met al haar toepassingen, bv. uitdrukkingen als £Jtl naióviv yvïioiatv uqot<u 3) „tot ploeging van echte kinderen", of een woord als dat van Sophocles (Ant. 569): üyójciifioi yiiQ %üxt(>(uv tiolv yvai. *) Deze woorden van

1) F. Solmsen, 1. F. 31, 467, E. Frankel, I. F. 32, 405, J. IVackemagel Hellenistica 7, 2 en Unters. z. Spr. Homers 225.

2) Door deze combinatie wordt duidelijk, dat gr. o/wt/oj /ioïxo$r fV.e/°meigh- onmiddellijk verwant is met iitiy-vrr/u, -vv/iat, dat immers juist van sexueele „vermenging" wordt gebruikt, ff. metg. Voor de prothese vgl. gr. üuooy-rriu. ü/iinyat oind. mrjdti „hij wischt af ,

merg- naast W melg- in gr. a/UXyu), lat. mulgeo. Juist zoo met r en l tegenover elkaar: W.eleudh- ereudh- (z. ben. p. 56).

3) PI. Crat. 406b, Men. Perik. 43b, Lucianus Tim. 17.

In dit verband mag de schijnbaar stoute conjectuur genoemd worden, waarmede P. H. Damsté voor eenige jaren (Mnemosyne 52, 8) getracht heeft een locus conclamatus bij Propertius (I, 3, 16) te herstellen. Amor en Liber zetten den dichter aan osculaque admota sumere et arma manu : het komt mij voor, dat Damsté's gissing : et arva (= yras bij Sophocles) in het antieke gevoelsleven uitstekend past en ook hier het praedicaat „rauw" niet op zijn plaats zou zijn.

Sluiten