Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Die plaats is Delphi vóór alle anderen (ofschoon ook elders, vooral in Creta en Eleusis de sporen volgens mij onmiskenbaar zijn).

Die woordbelichaming vind ik in „komen", zooals ik in den titel van mijn mededeeling reeds aanduidde.

Het materiaal is hier echter zoo groot, dat ik slechts bij de hoofdgetuigen een oogenblik Uw aandacht wil trachten vast te houden. Ook hier zal het weer zaak zijn de structuren of ox'ifucTa als primair te beschouwen, de speciale godennamen als eerst secundair en van secundair belang, dus niet van een gehalte, dat toestaat hen als getuigen ter vernietiging tegen de primaire instanties in het geding te brengen.

Voor wij echter Delphi betreden, is het noodig dat een paar bijzonderheden nog worden vastgesteld. Naast het alleroudste schema, dat ik in deze materie heb kunnen ontdekken, nl. het huwelijk tusschen hemel en aarde in den vorm van de verbinding van de mannelijke godheid met de vrouwelijke mensch, en dit latent nog vele eeuwen later, staat nu de Ityoq ya/uog in later tijd als (ritus van het) huwelijk tusschen hemel en aarde in den vorm van de verbinding van den mannelijken Hemelgod met de vrouwelijke Aardgodin. Is van de eerste verbinding de vrucht het van God ontvangen aardsche kind (in praegnante beteekenis!), dat eerst in bijzondere omstandigheden (<j<or//(>-gedachte, tweelingen) weer aan zijn ook goddelijke afkomst herinnert en herinnerd wordt, van het tweede is de vrucht het godenkind, de Gods-zoon, die met vader en moeder samen eerst het godengezin voltallig maakt en in eigenlijken zin sticht.

Het is mij de laatste jaren telkens duidelijk geworden, dat dit godengezin een zeer gewichtig gegeven bevat. Voor Griekenland kan men voor den Vader den naam stellen van Zeus; voor de Moeder kan men in de Cretische periode den naam noemen van de Aardgodin, in Griekschen tijd van Gë, Gaia, Dë-mëtër, doch ook Hera, Artemis en evenzeer Themis.

Van het kind vooral zijn de namen belangrijk: Kovqo$ of

Sluiten