Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het barbaarsche grafopschrift (C. L. E. 623) bevat aan het einde de volgende woorden:

laetatus post magnos actus pauperes reliquit libero s spe liberos

„liet zijn kinderen in armoede achter, vrij naar hij hoopt (in de toekomst)".

Deze en dergelijke, min geestige, woordspelingen brengen onze vraag, die van groote beteekenis is voor het gedachteleven van de volkeren der oudheid, zeer zeker niet verder.

Luisteren we naar de moderne wetenschap, dan worden we niet veel wijzer. De resignatie, die op dit punt bestaat, vat Ernout samen1) in de woorden (in voce liber „vrij"): „V. aussi le nom propre ambigu Liber et 1'expression d'origine peu claire, lïbert".De resignatie hier bedoeld betreft de straks te noemen theorie, bij de positieven met kracht verdedigd, theorie die echter zooveel zwaks heeft, dat de terugval in het negatieve maar al te begrijpelijk is. Ik noem onder de moderne positieven slechts twee : Ed. Meyer2) enJ. Köhm3). Meyer vat kort samen (wat hier de vulgata opinio is: „Das Hauswesen bildet hier (nl. in Rom) eine Einheit, über die der Hausvater absolute Gewalt und absolutes Dispositionsrecht hat. Ihm gegenüber steht die Dienerschaft, das Gesinde, familia, bestehend aus Freien, liberi, und Unfreien, servi." De zwakke punten in dit betoog zijn:

a. dat familia niets anders kan zijn dan de famuli samen oudere vormen resp. famel-ia ■ - famel-os) en dat nergens en nooit famuli en liberi gelijk gesteld of gebruikt worden, zooals toch, indien Ed. Meyers opvatting juist ware, het geval zou moeten zijn.

b. dat volgens deze opvatting de mater familias, de vrouw,

') Emout-Meillet, Dict. Etymol. de la langue latine (1932!) p. 517.

2) Ed. Meyer, Die Sklaverei im Altertum (KI. Schr. I, 186).

3) J. Köhm, Altlatein. Forschungen (1905), 119, 209.

Sluiten