Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iiaQovGia van Christus, N. T. Act. 7,52, ook Luc. 21, 7; 23,43 in cod. D) de casus obliqui op - tv - eindigend vinden we in tal van, steeds zeer oude, Grieksche woorden terug : wdïg,

- ïvoq „smart, pijn", yi-oi^-ïv - „speerpunt" ~ yXibooa „tongpunt)" -= SQ-filv - naast „stut", (ttjy-fiïv( ' Qyyrvfii „breken"), \io-(ih'„ beide - tv - versterkingen van

- f.io - of - fii - derivaten en op geheel dezelfde wijze als de naam SccXafitq gevormd, en ten slotte, volkomen op dezelfde manier tot stand gekomen, als wij voor 'Ekevotq, -lvo% onderstellen,

- nl. als - tv - formatie gehechtaan een - xi - afleiding — ax-rïg

- Ivoq „straal" (bij den wortel ak - „scherp zijn, steken, stralen" van «jca>5c//, acuo en dgl.').

Van morphologische zijde bestaat er dus niet het geringste bezwaar Eleusis als „(de plek der) Komst, Afdaling [van den Hemelgod]" te beschouwen. Van meer belang is echter de semasiologische d.i. godsdiensthistorische kant van het vraagstuk. Wegens het gewicht der hier in het geding komende beschouwingen wil ik met enkele opmerkingen over de pogingen ter verklaring, die tot nog toe ondernomen zijn, beginnen.

Te onzent is het vooral Dr A. Rutgers van der I/oeff geweest, die in zijn voortreffelijke dissertatie : De Ludis Eleusiniis (1903) met kracht van argumenten is opgekomen voor de verwantschap, zoowel van Eleusis als van Eileithuia met den wortel èJifvd--. Rutgers van der Loeff geeft weliswaar van de vormen nauwgezet rekenschap, laat zich echter over de beteekenis van èï.evO- in dit verband niet uit. Hij maakt reeds gebruik van de namen 'EXtv&ia en EXsvfboj- boven vermeld. Gelijk ik opmerkte, is in dit opzicht de opvatting van Vürtheim2) bepaald een achteruitgang.

') Zie Hirt Ind. Forsch. 31.10. Ook woorden als reg-tn-a (als verlenging v. e. oud fem. *reg-i „koningin" rex, reg-is komen in aanmerking.

') Med. d. Kon. Ak. 59, A N°. 1, p. 7.

Sluiten