Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Foucart's groote werk: Les Mystères dÉleusis (1916) kunnen wij voor het ons thans bezig houdende onderwerp buiten bespreking laten: zijn hoofdthese, dat de Eleusinische mysteriën uit den Isisdienst zouden zijn af te leiden, is door de critiek bijna eenstemmig afgewezen ').

L. Malten's opstel: Elysion und Rliadamanihus (Archaol. Jhrb. 1913, XXVIII, 35 sqq.) erkent weliswaar het verband van 'EXtvatq 'HXruatov en EiXeiO-vicc, doch komt helaas weer tot de hypothese, dat we hier met Karische geloofsgegevens (z. b. p. 51) in aanraking zijn. Daardoor is het uitzicht op de volgens mij alleen juiste oplossing voor Malten afgesloten.

Een andere onjuiste opvatting heeft lang nagewerkt door het gezag van haar auteur: Erwin Rohde (Psyche 2 I 76) heeft voor den wortel èXevD- de beteekenis „heimgehen, sterben" trachten vast te leggen, zoodat 'HXvótov sindsdien steeds als „Land der Heimgegangenen" is verdedigd of bestreden.

üok H. Güntert in zijn in veel opzichten zoo frisch en gedurfd boek Kalypso (1919) p. 38 A. 3 pleit weer voor nietGriekschen oorsprong van dit geheele complex van voorstellingen.

Een paar vruchtbare studies verschenen in het Arch. f. Relig.- VFï'ss. :

Vooral de behandeling van A. Korte, Zu den eleusinischen Mysteriën (A.f Rel.-W. 18, 1915, 116 sqq.) is zeer geslaagd. Hij heeft m.i. daar bewezen^ dat de myste in deze mysteriën opnieuw „Kind der Moeder-Aarde" werd en dat de inhoud der cista mystica, tot dit doel dienende, was een nabootsing van het /jiÓqiov yvvatxeiov. Het geboren-, herboren worden, tot (nieuwe) levenskracht opstaan, dat men op grond van deze voorstellingen mag verwachten, is inderdaad in de door Körte aangehaalde, door Hippolytus (Refut. haeres. V, 8)

') Zie O. Weinreich, Deutsche Literaturzeitung 1916, 1339, A. W. Persson, Arch. f. Rel.-Wiss. 21, 291.

Sluiten