Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meegedeelde sacrale uitroep van den hierophant: fepöv é'text jiórvia xovqov JiQifi(b Ilyt/uóv „de machtige Sterke heeft een haar gewijden knaap, een Sterken gebaard" gemakkelijk terug te vinden. Dat dit een van de hoofdmomenten der mysteriën is geweest, wordt nog duidelijker, als men de woorden hoort van Eur. Supp. 54, waar het koor der Moeders, juist ook in Eleusis, blijkbaar in navolging van de velen bekende Eleusinische formules uitroept: 'éztxeq xal av nor', (o Ilorvta, xovqov.

Otto Kern heeft vervolgens deze hypothese nog gestaafd (Arch. f Rel.-Wiss. 19, 1916—9, p. 434) door het fr. 137a Schr. van Pindarus, waar aldus staat te lezen:

ö).[}ioq, odtic, Iócdv xelva tin' vitö yj)t>va.

oiós fiiv fiiov veXtvzav,

oiÓSV Óf ÓlÓOÓOTOV UQ'/JiV.

Wie nl. aldus herboren wordt, heeft een wedergeboorte uit —, d. w. z. door aanraking van de moederschoot der godin van de onderwereld = der Moeder Aarde of Demeter. „Des Lebens Ende ist der Abschied aus der sichtbaren Welt,

des Lebens Anfang die vita nuova die zu dem Leben

auf den Gefilden der Seligen führt".

Den allerlaatsten tijd is nu een zeer sterke strooming waarneembaar, die de Eleusinische mysterien uit het Zuiden afleidt. Het verst gaat in dit opzicht Sir A. Evans, die althans voor Eileithyia nog kortgeleden in Egypte het land van herkomst ziet (z. The earlier Religion of Greece in the light of Cretan Discoveries, vooral p. 8 en 10). Na al het bovenstaande behoeft deze verregaande veronderstelling geen weerlegging meer.

Meer aandacht verdient het opstel van A. W. Persson, Der Ursprung der Eleusinischen Mysteriën (Arch.f. Rel.-Wiss. 2 1 (1922) 287—309): hij beschouwt den naam Eleusis als vóór-Grieksch, leidt echter zoowel naam als cultus niet uit het

Sluiten