Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(tot de Aardgodin)" —*■ bevruchten —*■ zwangerschap (A der Godin, B der Aarde „mitsgaders hare volheid", C van de mensch: vrouw, D vrouwelijk dier, en E plant) —*■ baren —*■ geboorte (—*■ leven) —*■ wedergeboorte = vita nuova ~ afsterven" j.

Wie voorts èkevfbeo&ai met „ferri, komen, tot de wereld komen (van den God gezegd), ter wereld komen (van het Kind of kind gezegd)" vertaalt, en èXsvO-etv met „ ferre, doen komen, brengen, dragen", stelt daarmede tegelijkertijd hei met <péQot, fëro innig verwante: ndl. baren, geboorte, got. barn „kind" (•—- lit. bérttas „knecht").

Wanneer we van den W. eleudh- de indogerm. verwanten zoeken, vinden we de volgende, die volkomen betrouwbaar zijn (z.b. p. 40):

I. oind. rodhati „hij groeit", got. liudan ,,groeien".

II. d. Leute, ndl. luiden, lieden, lit. Ijaudis „volk".

Wie in het geheimzinnig leven van deze begrips-verklanking verder zou willen doordringen, zou de paralleliteit kunnen opmerken van de twee wortels:

'leu + dh- ~ ereu + dh-

in iJ.ev&a), -Ofint, in ègevS-aj „ik ben rood", tQvS-

èkev&SQoq „vrij" qó$ „rood", lat. ruber, rüfus

lïber „vrij" -—- lïber „kind" „rood", ndl. rood enz.

(= Lïber „kind")

en zou desnoods beideals weergevende resp. lichtglans1) (verg. „wit", Xtvaoo) *Atvx-ioj „zien", lat. lüx,

lücëre) ■—' vuurglans kunnen onderscheiden.

Wie tenslotte twijfelen gaat, moge zich de zoo doorzichtige mythe der vereeniging van Zeus (den Hemelgod) en Semele („Aarde", dus de Aardgodin) en hun Kind Dionysos = „Zeus' zoon" of „Zeus de zoon" te binnen brengen: nergens duidelijker dan daar ziet men den Hemelgod in den licht-

') Aan mijn zijde staat G. Murray, Five Stages of Greek Religion p. 45. Van W. 'reudh- zou men ook kunnen afleiden, met dergelijk

vocalisme als bij 'EXevfrvia.

Sluiten