Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vereenigen we ons in dien lof en dank en laat ons zingen Gez. CLXXI: 3 , 11.

II. De onderstelling, van welke de vraag in den tekst uitgaat (het is overvloedig gebleken) is ook op ons toepasselijk. God heeft het ons niet laten ontbreken aan hetgeen dienen kon, om geestelijken welstand bij ons en ons volk te weeg te brengen en te bevorderen. Zou de beschuldiging, welke in de vraag ligt opgesloten, ook op ons toepasselijk zijn? Moet ook van ons volk gezegd worden, dat, in weerwil van zoo zware beproeving, zoo heugchelijk eene uitredding en zulk een overvloed van zegen, de gezondheid, de geestelijke welstand, die daarmede is bedoeld, niet gerezen is? Ik geloof ja, M. H.! ik geloof, dat wij tot onze diepe verootmoediging moeten erkennen, dat de beschuldiging met opzigt tot hetvolk vanJudagedaan, ook ons geldt, ookmet regt tegen ons kan ingebragt worden. De schuld, welke op ons rust, komt eenigzints overeen met die, welke Juda's volk ten tijde van jeremia bezoedelde want van het goede voorbeeld onzer vaderen zijn wij afgeweken,

het ongeloof heeft in de laatste jaren ontzettende vorderingen onder ons gemaakt, en verderfelijk is de invloed, welke daardoor op alle standen en rangen der maatschappij is uitgeoefend.

De beschuldiging, welke jehova door jeremia zijnen dienaar, blijkens den aanvang van diens Profetische redeneringen, tegen het volk van Juda inbragt, was deze, dat zij het goede voorbeeld van velen hunner voorvaders niet gevolgd hadden. En inderdaad doet de geschiedenis het verschil ons zien, hetwelk er tusschen de burgers van Juda en die van Israël, bij voorbeeld in de dagen

Sluiten