Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gegaan. Met alle regt wordt er geklaagd over toenemende ontheiliging van den dag des Heeren door voortzetting der werkzaamheden en het openstellen der gelegenheden tot ijdele vermaken en allerlei ligtzinnigheid. Het kerkgaan daarentegen neemt meer en meer af; gezwegen van zoovelen die het beschouwen niet als een zalig voorregt, maar als een tol, dien zij Gode betalen en van anderen, die er slechts komen om naar een mensch te hooren en hetgeen zij hooren op menschelijke wijze te beoordeelen, terwijl zij God en het Goddelijke voorbij zien, hoe ontzettend groot is het getal dergenen, die immer hunne plaats ledig laten. Yan huisselijke gods- _ dienst ontdekt men in talloos veel huisgezinnen geen spoor en de Bijbel moet meer en meer wijken voor geschriften van niets minder dan van den geest des Bijbels doortrokken. De geest der ongodsdienstigheid, eenmaal uit Frankrijk over Europa losgebroken, heeft ook in ons vaderland vreesselijke veroveringen gemaakt en heeft de ligtzinnigheid en zedeloosheid in die mate bevorderd, dat wellust en ontucht door velen niet als verfoeijelijke zonden, maar als een involgen van natuurlijke neigingen en op 't hoogst als ligt verschoonbare zwakheden worden aangemerkt. De verlichting, waarop men zich in onze dagen beroemt, moge strekken om het verstand te verhelderen, maar is weinig dienstbaar om het hart voor hetgeen heilig en goed is te doen ontgloeijen en een vuur van godsvrucht te ontsteken en te doen toenemen. Staan wij in verstandsontwikkeling misschien boven onze vaderen, in christelijk geloof en godzaligheid zijn wij hen waarlijk niet gelijk gebleven.

Tot deze afwijking heeft niet weinig bijgedragen en blijft voortdurend verderfelijk werken een geest van ongeloof, diein de laatste jaren ontzettende vorderingen onder ons heeft gemaakt. Die

Sluiten