Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verbergen in het stof, wanneer wij aan die eischen en dat beeld ons spiegelen, wij moeten het belijden dat ook het Nederlandsche volk is afgeweken, is afvallig geworden, met vreemd is gebleven aan den geest der eeuw, aan de boosheden van den dag. En behaagt het God, in weerwil daarvan, in weerwil van onze diepe onwaardigheid, rijke zegeningen ons te schenken en in onschatbare voorregten ons te doen deelen boven anderen, deze zijne groote goedertierenheid moet te meer ons deswege doen verootmoedigen, dat, ondanks zooveel beproeving en uitredding en voortdurende begunstiging, met zooveel regt ook ten aanzien van ons, zoowel als eenmaal ten aanzien van het volk van Juda, de beschamende vraag gedaan moet worden: Waarom is de gezondheid der dochter mijns volks niet gerezen?

III. Na deze beschouwing van de heugelijke redding,

die ons nu vijftig jaren geleden geschonken, de weldadigheid die ons daarna bewezen en de wijze waarop daaraan beantwoord is, is wel het eerste gevoel, dat onze harten moet vervullen, dat eener ootmoedige, Godverheerlijkende dankbaarheid. „Looft gij volken onzen God en laat hooren de stem zijn roems. Looft den Heere, roept zijnen naam aan, maakt zijne daden bekend onder de volken. Zingt Hem, psalmzingt Hem, spreekt aandachtiglijk van zijne wonderen en roemt in den naam zijner heiligheid. Geeft den Heere de eere zijns naams. Zingt den Heere een nieuw lied, want Hij heeft wonderen gedaan, zijne regterhanden de arm zijner heiligheid heeft heil gegeven." Zoo voegt het ons en de gansche Nederlandsche natie te juichen en God den Heere eere, dank en heerlijkheid te geven op den gedenkdag der verlossing van het Eransche juk ten jare 1813. Hetverlcdene en het tegenwoordige dringt er toe De toestand,

Sluiten