Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

enboven gewonde Harten van dien Middelaar terughouden, dat zoo groote liefde versmaad wordt bij zoo groote nood, zoo groot eene gave bij zoo schreeuwend een gebrek, zoo Goddelijk een Redder bij zoo namelooze ellende, dat is de gruwel van alle gruwelen, waardoor de mensch zijn vonnis van eeuwige veroordeeling onderschrijft met eigen hand. Aan alle de ontzettende gevolgen hunner zonde blijven zij blootgesteld. En dat niet alleen, maar dat verwerpen zelf van het grootste geschenk der Goddelijke liefde, dat ontzettend volhouden tegen God, niettegenstaande zulk eene betoonde liefde, dat is het wat in het oog van God hun gerigt en hunne verdoemenis oneindig verzwaren zal.

O! Bedenkt dit toch, gij die tot heden Christus den Heer niet leerdet kennen in zijne waarde, geen behoefte aan Hem gevoelt, met een Christendom in schijn tevreden bleeft en niet waarlijk geloovig met het hart zijt geworden. De wereld ontvliegt u met al hare begeerlijkheden , straks nadert u de dood en buiten christus verbeidt u het verderf voor eeuwig, want daar staat geschreven: die den Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, de toorn Gods blijft op h em. Zoo het geweten u mogt zeggen, dat gij niet waarlijk met een verslagen hart tot dien Heiland zijt gevlugt, dat gij ofschoon in zijn naam gebeden, toch Hem niet hebt gezocht, niet uwe ziel aan Hem hebt overgegeven, staat er ernstig bij stil, zegt het tot u zeiven, bidt van God dat zijn Geest het u op het hart drukke : ook ik behoor tot die dwazen, die het hoogste heil verwerpen, tot die blinden, die de oogen sluiten voor het goddelijk licht, tot die ondankbaren, die op het hoogst bewijs van Gods liefde geen wezenlijk acht gegeven hebben. Denkt die gedachte door, beziet ze toch van alle kanten, stelt ze u geheel voor oogen, mogt het zijn met dien zegen, dat gij u ontroerdet over uwen staat, behoefte aan den Heiland gevoeldet, niet langer versmaaddet dien van wien

Sluiten