Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden. In andere handschriften daarentegen wordt het wel gevonden en het kan er ook veilig blijven staan, daar het geheel in den geest des Apostels is, die wel voorzeker geen voorwaardelijk Evangelie, geene regtvaardiging op grond van verkregene heiligmaking verkondigde, maar toch met klem, waar het slechts pas gaf, deed uitkomen, dat de genade der regtvaardiging van zelve de heiliging des levens met zich brengt en dat hieraan de geloovigen in Christus jezus te herkennen zijn, dat zij, vrijgemaakt van de zonde, Gode dienstbaar zijn geworden tot heiligmaking, niet meer der zonde, maar den Heere leven, niet naar het vleesch, maar naar den Geest wandelen.

Zoo spreekt dan de Apostel al dadelijk op hooggestemden toon van het waarachtig geluk dergenen, die Christenen in de daad en in waarheid zijn en het geheele Hoofdstuk kan men de treffende uitwerking noemen der diepzinnige spreuk, welke gezegd kan worden het begin en de grondtoon van het geheel uit te maken. Uit deze groote ontkenning: ,/voor de geloovigen in Christus jezus is er geene verdoemenis meer," is al het andere afgeleid wat verder wordt opgenoemd als het geluk der zoodanigen uit te maken, en met grond kunnen wij dus zeggen, dat deze weinige woorden ons aanleiding geven om over de hoogste weldaad opzettelijk na te denken. Ik wensch er u in voor te gaan en volgende eenvoudig den tekst in zijne drie bestanddeelen, achtereenvolgens u voor te stellen:

waarin die hoogste weldaad bestaat,

wien zij ten deele is, en wat de daarmede begenadigden kenmerkt. Om u daarna toepasselijk te herinneren, welke ernstige herinnering, krachtige opwekking en belangrijk bestuur daarin ligt opgesloten.

Sluiten