Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

langer. De vergevende genade, hem geopenbaard, de schuld uitdelgende liefde hem bewezen, boezemt hem eene nooit te voren gekende vrijmoedigheid in. Ach, te voren, vooral van het oogenblik af, dat hij, tot zich zeiven gekomen, aan zich zeiven ontdekten eenigzins met zijnen doemwaardigen staat was bekend geworden, gevoelde hij zich zoo gedrukt, zoo beangstigd, nu daarentegen zoo blijmoedig, zoo vrolijk, zoo vrij. Hij sidderde te voren voor God als Regter, nu komt hij tot en verblijdt zich in Hem als zijnen Yader. Met zoo geheel andere oogen ziet hij nu den hemel en de aarde aan. Het lijden was hem te voren een straf van den vertoornden wreker, thans is het hem eene kastijding tot zijn nut, opdat hij Gods heiligheid zou deelachtig worden. Het goede was hem als een zeker goed, den ellendigen voorgeworpen, om hem tegen den dag des gerigts in het leven te houden, thans zijn het hem zegeningen, die hem toebeschikt worden, opdat hij zou zien, smaken en ondervinden, hoe goed, hoe vriendelijk de Heer zijn God is, geschonken van eenen Vader, die hem het leven wil veraangenamen, terwijl hem zijn vrolijk hart als eene gedurige maaltijd is. De dood was hem te voren een koning der verschrikking, nu wacht hij hem in als een bode des vredes, die hij te gemoet ziet, om hem te komen aanzeggen, dat de hemel der heerlijkheid hem wacht. Ik bidde u, waar is dan een vreugd', een kalmte, een heil, zoo zalig als dit hoogst genot? Waar is eene weldaad zoo onberekenbaar groot? Wat is er, dat er bij zou kunnen halen, dat er bij zou kunnen vergeleken worden? Wie kan uitspreken het heugchelijke van die overtuiging, van deze gedachte: voor mij is er geene verdoemenis meer: mij is barmhartigheid geschied: God vergeeft mij mijne zonden, God heeft mij aangenomen in zijne gunst, God heeft van mij het doemvonnis opgeheven, heeft mij gemaakt tot een erfgenaam , om straks

Sluiten