Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te zijn een bezitter van het heerlijk, onverderfelijk hemelleven. Welk een ander aanzien verkrijgt dan alles, welk eene waardij het leven! Wat kan ons ongelukkig maken als wij dit bezitten, wat nog doen vreezen, als wij deze genade zijn deelachtig geworden? Wie deze bezit, heeft vrede met God, vrede met de gansche natuur, die hem omringt, vrede met al de wegen, ook met de diepste wegen, waarin hij wordt geleid; want hij heeft God tot zijnen God en die den Algenoegzamen en Volzaligen tot zijnen God heeft, die heeft den hemel niet slechts boven zich, maar ook in zich zeiven; want God is de Vader der lichten, bij Hem is de fontein des levens en in zijn licht ziet men het licht.

En wie zijn nu die gelukkigen, die begenadigden, van wien gezegd kan worden : ,/ er is voor hen geene verdoemenis meer?" Het antwoord wordt in den tekst met weinige, maar diepzinnige, veelbeteekenende woorden ons gegeven. Dat zijn degenen, die in Christus jezus zijn. Wat dit beteekent? en waarom er voor dezulken geene verdoemenis is? ziet daar, waarop het belang der zaak wel eischt, dat wij er ons bij bepalen en met allen ernst onze aandacht er op vestigen.

De onschatbare weldaad begrepen in de woorden, // er is geene verdoemenis meer," is hunner, die in Christus jezus zijn. Deze uitdrukking komt veelvuldig voor in de H. Schriften en zij wordt gebezigd van de naauwe vereeniging, die er bestaat tusschen den Heere jezus Christus en hen, die in zijnen naam gelooven. Zij worden gezegd van Christus te zijn, in christus te zijn, christus aangedaan te hebben, leden te zijn zijns ligchaams, in Hem geworteld en opgebouwd te zijn, in Hem gevonden te worden. Het gezegde zelf is, bloot taalkundig, zoo hard en zoo vreemd, dat, indien het niet ware om eene gedachte uit te drukken, die te

Sluiten