Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voldaan, liare vloeken getorscht, hare straffen geleden, de geregtigheid, die zij vorderde, op het volkomenst vervuld. Hij heeft dat gedaan in de plaats dergenen, die gelooven zouden. Lijdende en stervende heeft Hij eene algenoegzame verzoening voor de zonden te weeg gebragt. Die geregtigheid nu, welke alleen voor God kan gelden, die volkomene verzoening wordt ten deele allen, die door het geloof met Hem zijn vereenigd geworden. Adam en Christus , de tweede adam, zijn de beide hoofden des menschelijken geslaehts. Alle afstammelingen van adam zijn, als zoodanig, door natuurlijken zamenhang, deelgenooten van de zonde en het verderf van hunnen eersten stamvader. Zij zijn zondaren en rampzalig, als kinderen van den zondigen stamvader, één met Hem. Maar allen, die in Christus gelooven, komen door zijne vrije en liefderijke inwerking in hen en door hunne vrije en geloovige overgave aan Hem, tot Hem in dezelfde betrekking. Door het geloof treden zij met Hem in de innigste gemeenschap. Al het zijne is het hunne; zijn lijden om der zonden wil hun lijden; zijn dood hun dood; zijne verheerlijking hunne verheerlijking. God ziet ze niet aan, gelijk zij zijn in zich zeiven, maar gelijk zij zijn in Hem. Door het geloof zijn zij één met Hem en waren zij, als kinderen van adam en in gelijkheid aan adam, doemwaardig voor God, als geloovigen in Christus, deelende in zijne geregtigheid, zijn zij met God verzoend, voor God geregtvaardigd, Gode welbehagelijk en tegenover de klagt, die zij te voren moesten ontboezemen: wie zal bestaan ? kunnen zij nu den geloofsroem aanheffen: wie zal beschuldiging inbrengen tegen Gods uitverkorenen? God is het die regtvaardig maakt, wie is het die verdoemt P Christus is het, die gestorven is, ja wat meer is, die ook opgewekt is, die ook ter regterhand Gods is, die ook voor ons bidt. —

7*

Sluiten